Baarnse Literatuurprijs: Voor wat hoort wat

13 augustus 2022 om 08:45 Kunst Baarnse Literatuurprijs

Nog niet zo lang geleden is mij ongevraagd een kunstwerkje op de huid gedrukt: een aluminium schepseltje van exact achteneenhalve centimeter hoog. Met daarachter een plaquette in het zand gestoken waarop de namen van veertien omgekomen ruimtevaarders zijn gegraveerd.

Liggend op de rug staart het schepseltje sinds 1 augustus 1971 bewegingloos ins Blauwe hinein. Nou ja, het is maar hoe je het bekijkt. Moeder Aarde daargelaten is de ruimte ook weer niet zo blauw. Maar het gaat om de beeldspraak, nietwaar.

Aandoenlijk eigenlijk hoe ondermaanse stervelingen als Paul van Hoeydonck mijn huid hebben gebruikt om een eigen invulling te geven aan hun hunkering naar waardering. Waardering van wie eigenlijk? Niet van mij in ieder geval. Ik denk niet dat van Hoeydonck zich bewust is geweest van het feit dat hij mij heeft opgezadeld met iets waar ik niet om gevraagd heb. Daarvoor is hij te vol geweest van zijn eigen daad.

En toch blijft ik het een wonderlijk verschijnsel vinden. Want hoe vol ik ook van mezelf ben, er is bij mij altijd nog wel ergens ruimte voor de zogeheten gunfactor. Als je het netjes vraagt, tenminste.

Om een lange inleiding kort te houden: mij is een rol toebedeeld waar ik me absoluut niet toe geroepen voel: de onvolprezen hemelbestormer die over verdoolde aardse wezens waakt. Een kosmische zielenhoeder avant la lettre; zonder opleiding of wat voor andere scholing dan ook. Ha, ze moesten eens weten.

Vincent van Gogh weet het zeker weten niet. In zijn Sterrenhemel is hij niet verder gekomen dan de afschildering van een infantiel sikkeltje met een veel te zonnige huidtint. Terwijl de eerste de beste meteoroïde in de wijde omtrek weet dat mijn ronde, gevulde voorkomen onmiddellijk verraadt dat ik een volwassen hemellichaam ben. Met bijbehorend denkraam, dat er miljoenen jaren over heeft gedaan deze unieke status te bereiken.

Toch nog even terug naar de Sterrenhemel. Als je het mij vraagt een in meerdere opzichten belachelijk infantiele schildering. Alsof ik, afgezien nog van die idiote hap uit mijn lijf, in vergelijking met het door de zon verlichte deel van de aarde opeens rechtop kan staan. Het moet niet gekker worden.

Nee, neem dan Utagawa Hiroshige. Dat is heel andere koek. Die man had een kijk op de zaak die wel degelijk recht doet aan mijn gestalte. Hij wist als geen ander hoe hij mij in zijn houtsneden moest portretteren: zonder die hap eruit. Altijd rond en vol als de aarde zelf. Ongeacht het feit dat een deel van mij regelmatig in de schaduw van diezelfde aarde verkeert. Een betere duiding had ik niet kunnen verzinnen. Geen wonder dat van Gogh jaloers was op het inlevingsvermogen van Hiroshige.

Oké, rond en vol als de aarde dus. Alleen beduidend minder groot van stuk. Maar wel behept met een intelligentie waar elke andere planeet of natuurlijke satelliet in ons zonnestelsel een puntje aan kan zuigen. Inclusief moeder aarde zelf; als haar dat lukt, haha.

Trouwens, waar ik haar wel oprecht om benijd, en dat meen ik zonder enige vorm van cynisme, is haar vermogen om door de hele geschiedenis van de kosmos heen haar waterbeheer op orde te houden. Daar kan ík nu weer een puntje aan zuigen. Neem het logo van Dreamworks. 

Over dat kinderlijke maansikkeltje zal ik het niet nog een keer hebben. Maar dat ventje, hangend in mijn schoot, met een hengel in de hand… een visser… sowieso vissen… Wie associeert dat niet met water. En uitgerekend die associatie is om stapeldol van te worden. Denk je de vanzelfsprekendheid ervan eens even in. 

Wat voor de een zo evident en alledaags is dat hij er nog geen nanoseconde over nadenkt, is voor de ander – ik, in mijn geval dus –iconisch. Een beeld om onafgebroken bij te watertanden. Ha, watertanden. Een woord dat in mijn denkraam niet eens bestaat. En toch gebruik ik het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Hoe krankzinnig kan het denkraam van een maan zijn.

Onmiddellijk dringt zich het beeld van het aluminium schepseltje weer aan me op. Hoeveel zullen er nog volgen? Over hoeveel stervelingen kan ik waken zonder er zelf aan onderdoor te gaan? Je moet wel bijna goddelijk zijn om dat te kunnen behappen. Als ik die handschoen nog op wil pakken, moet ik toch echt iemand vinden die me daarbij behulpzaam is. Iemand die mij de goddelijke status kan geven die dat mogelijk maakt. Misschien, héél misschien, dat de mensheid zelf mij daar een handje bij kan helpen. Voor wat hoort wat, toch?

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie