Baarnse Literatuurprijs: Nachtritueel

13 augustus 2022 om 08:45 Kunst Baarnse Literatuurprijs

Als ik voor de tweede nacht op rij niet kan slapen, weet ik dat het weer zover is. Ik trek een warme trui, joggingbroek en sneakers aan, stap naar buiten en kijk naar de onbewolkte hemel. Zie je wel, volle maan. Ik geloof niet eens in astrologie, en toch lig ik bijna iedere maand wakker.

Mijn nachtelijke uitstapjes zijn inmiddels een gewoonte geworden. Lopen is makkelijk, je hoeft er niet over na te denken. Tijdens het simpele ritme van stap voor stap, glijden gedachten door mijn hoofd, maken soepel een paar rondjes en verdwijnen weer. Ik moet morgen een was draaien, niet vergeten. Zal ik nog gaan sporten voordat ik met Anna ga lunchen? Hopelijk wordt het mooi weer, dan kunnen we op een terrasje zitten.

Ik steek de brug over en loop het zandpad op langs het water. Waar ik een half uur geleden nog een enkele honduitlater tegenkwam, heb ik nu al een tijdje niemand meer gezien. Naarmate ik verder van de bewoonde wereld wegloop, wordt het ook donkerder om me heen.

Ik schrik als een geluid de stilte doorbreekt. Abrupt blijf ik staan en luister een tijdje. Het blijft stil. Enigszins op mijn hoede loop ik door. Een plotselinge windvlaag brengt weer een geluid met zich mee. Mijn hart schiet in mijn keel. Was dat nou een kreet?

Niks aan de hand, zeg ik tegen mezelf. Gewoon wat jongeren die stiekem zitten te blowen.

Toch kan ik niet doorlopen. Al mijn zintuigen staan op scherp en mijn onderbuik zegt dat er hier iets niet klopt.

Ik omklem de sleutels in de zak van mijn joggingbroek en loop dan langzaam het gras in. Donkere vormen geven aan waar struiken en lage bomen staan. Gelukkig is het onbewolkt en niet stikdonker. Ik hoor niets meer, maar zie verderop een flakkerend lichtschijnsel.

De laatste meters leg ik voorzichtig af, via dikke begroeiing. Tenslotte houd ik halt achter een struik en kijk naar het tafereel voor me.

Ongeveer tien, vijftien mensen zitten in een kring. Ze zien er allemaal heel gewoon uit, behalve dat ze witte, stoffen kappen over hun hoofd hebben, met alleen gaten bij de ogen en de mond. Ik krijg er meteen de kriebels van en onderdruk de neiging om rechtsomkeert te maken.

In de kring staat een aantal kaarsen. In het schijnsel zie ik op een kleed een kom, een mes en iets wat eruit ziet als iemands kristallen verzameling liggen.

Eén van de figuren, ik vermoed een vrouw, kruipt naar het mes, snijdt in haar hand en legt het terug. Ze geeft geen kik. Ze doet iets met de kom en gaat dan weer op haar plaats zitten, waarna de volgende persoon naar voren kruipt.

Ik duik achter mijn struik weg. Wat is dit nou weer? Ben ik op een of ander eng ritueel gestuit?

Voorzichtig werp ik weer een blik op de groep. Ik krijg de indruk dat het allemaal vrouwen zijn. Die zichzelf in hun hand snijden. Met hetzelfde mes? Lekker hygiënisch.

Dan zie ik hoe de vrouw die zojuist aan de beurt is geweest, door iemand een pleister krijgt aangereikt. Haar buurvrouw slaat haar armen om haar heen en geeft haar een knuffel. Er wordt nog steeds niet gesproken.

Opgelucht laat ik mijn adem, die ik blijkbaar inhield, ontsnappen. Er begint me iets te dagen. Volle maan, groep van allemaal vrouwen, kristallen… zou ik hier te maken hebben met een ritueel van heksen, of Wicca, zo noemen ze zichzelf toch?

Het ziet er allemaal behoorlijk gemoedelijk uit, op het snijden na dan. Ook dat is geen misdaad natuurlijk. Wie weet wordt dat mes wel goed ontsmet. Misschien heeft het iets te maken met een zusterschap aangaan. Zoiets denk ik wel eens gehoord te hebben.

Ik besluit te vertrekken. Wat er ook precies gebeurt, ik voel geen behoefte hier nog langer rond te hangen.

Ik ga stil terug naar het pad en vervolg mijn weg. Ik wist helemaal niet dat dit in Nederland gebeurde, volle maan rituelen. Volgens mij mag ik nog van geluk spreken dat ze niet allemaal naakt waren.

Een half uur later ben ik thuis. Uitgeput kruip ik in bed. Hopelijk volgende maand niet weer zo’n avontuur.

Ik begroet Anna, die al aan een tafeltje buiten zit. ‘Ha, leuk je weer te zien! Moet je horen wat ik afgelopen nacht heb meegemaakt…’

Ze kijkt me ernstig aan. ‘Hé, Em, heb je het niet gehoord? Ze hebben vanochtend vroeg het lichaam van een vrouw gevonden, vermoord.’

Ik schrik op. ‘Wat? Waar dan? Vermoord?’

‘Aan de overkant van de rivier, bij dat pad daar. ’s Ochtends was ze verdwenen, haar man heeft de politie gebeld en bijna tegelijkertijd werd door een wandelaar haar lichaam gevonden. Gewoon in de bosjes, helemaal niet verborgen ofzo. Het gebied is afgezet, blijkbaar zijn er overal sporen gevonden. De politie vermoed dat er meerdere daders bij betrokken zijn. Erg hè?’

Mijn oren suizen en ik voel me misselijk.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie