Baarnse Literatuurprijs: Glaasje water
13 augustus 2022 om 08:45 Kunst Baarnse LiteratuurprijsVera krimpt ineen als haar moeder de soeppan hardhandig op het aanrecht zet. ‘Kan het wat zachter, ik heb al zo’n hoofdpijn?’, fluistert ze.
‘Is het weer die tijd van de maand? Voel je weer van alles wat er niet is?’ reageert haar moeder. ‘Stel je niet aan kind.’
Vera zucht en wrijft met haar hand over haar ogen. Als ze hier op ingaat, wordt het ruzie. Dat weet ze uit ervaring, en ruzie kan ze niet gebruiken. Ze heeft het eerste uur een wiskundetoets, dat is al lastig genoeg.
‘Jij hoeft niet te denken dat je heel bijzonder bent’, gaat haar moeder verder. ‘Weet je wel wat de mensen over jou zeggen?’
Vera heeft een vermoeden en knikt.
‘Dat je arrogant bent. Niet helderziend of paranormaal, maar arrogant! En irritant. Mensen waarschuwen als je weer iets ‘gezien’ hebt of ‘doorgekregen.’ Haar moeder knippert snel met haar ogen, daar ziet Vera het meestal het eerste aan. ‘Denk je dat ze daar op zitten te wachten?’
Vera staat op van tafel en ruimt de snel de vaatwasser in. Als haar moeder gaat schreeuwen, maakt zij zich het liefst uit de voeten. In deze tijd is ze niet voor rede vatbaar. Maar haar moeder begint pas op dreef te komen: ‘Op de markt, bij de tennisclub, overal spreken ze me aan. Met hun pijntjes en hun vragen. Of jij misschien weet of oma dementeert, of hun man vreemdgaat? En ik maar steeds uitleggen dat jij gewoon een meisje van 15 bent met een sterke fantasie en niet meer dan dat. Dat jij hen echt niet kunt helpen.’
Vera pakt haar sporttas en trekt haar jas aan.
‘Je maakt de mensen bang met je verhalen en ik kan het allemaal oplossen’, gaat haar moeder verder. Ze slaakt een lange, diepe zucht. ‘Oma was ook zo en bij jou wordt het ook steeds erger.’ Ze strijkt een pluk haar achter haar oor, haar handen trillen. Ook dat hoort erbij. ‘Gelukkig heeft het een generatie overgeslagen’, zegt ze, wat kalmer nu.
‘Sorry mam’, mompelt Vera terwijl ze zich zo klein mogelijk maakt en snel naar de deur loopt.
Als ze ’s avonds na de voetbaltraining naar huis fietst, klemt Vera haar handen zo strak om het stuur van haar fiets dat de knokkels wit worden. Hoe dichter ze haar huis nadert, hoe sterker het draaien in haar maag voelt. Vandaag was haar moeder zo prikkelbaar, dat er van alles kan gebeuren. Het minste of geringste kan al tot ruzie leiden, of erger. Vera kijkt naar boven. ‘Volle maan,’ zegt ze hardop, ‘vandaar.’
Thuis hangt ze haar jas aan de kapstok en loopt de keuken in voor een glas water. Haar moeder staat bij het fornuis waar ze laurier en kruidnagel in een grote pan met stoofvlees doet. Ze kijkt verstoord op als Vera binnenkomt.
‘Buurvrouw Elske heeft borstkanker,’ snauwt ze en kijk Vera boos aan. ‘Wist jij dat?’
‘Nee, natuurlijk niet,’ antwoordt Vera. ‘Wat erg. Hoe is het met haar?’
‘Vraag je mij dat?’ reageert haar moeder. ‘Jij bent toch zo gevoelig. Zeg jij het maar.’
Vera pakt een glas en houdt het onder de kraan. ‘Zo zit het niet ma’ zegt ze dan, ‘ik ben geen paranormaal genezer en ik kan geen gedachten lezen. Misschien ben ik net iets gevoeliger dan de meeste mensen, meer is het niet.’ Ze neemt een slokje van het water.
Haar moeder reageert niet, rommelt wat in de keukenla, pakt er pannenlappen uit en draait zich weer naar het fornuis. Ze zwijgt en concentreert zich op de stoofpot. Vera doopt het topje van haar wijsvinger in het water en wrijft ermee over de rand van het glas. Het zingt. Ze kijkt naar haar moeder maar die lijkt haar niet meer op te merken. Vera wacht nog even voordat ze besluit naar haar kamer te gaan. En net als ze denkt dat ze aan haar moeders luimen ontsnapt is, zegt die: ‘Dus dit zag je ook niet aankomen?’ en komt dreigend op Vera af met een groot vleesmes in haar hand.
‘Niet doen ma,’ brengt Vera ternauwernood uit en duikt weg achter een stoel.
‘Jij kleine heks!’ schreeuwt haar moeder. ‘Ik zal je eens echt iets laten voelen. ’
Ze zwaait het mes hoog boven haar hoofd en komt steeds dichterbij. Vera kijkt haar aan en ziet aan de ogen van haar moeder dat ze het meent. In een goed getimede beweging gooit ze haar water in het gezicht van haar moeder. Die staat zo plotseling stil alsof iemand aan de noodrem heeft getrokken. Ze laat haar arm zakken, kijkt naar Vera, naar het mes in haar handen en weer naar Vera.
‘Wat is er gebeurd?’ stamelt ze, ‘Wat heb ik gedaan?’
‘Niets ma,’ antwoordt Vera en pakt haar voorzichtig het hakmes af. ‘Maar het scheelde dit keer niet veel.’
Ze slaat haar arm om haar moeders schouders en draait haar naar het raam. Ze trekt de luxaflex omhoog. Samen kijken ze naar buiten. Daar, boven de bomenrij, staat de volle maan.
‘Ach ja, natuurlijk’, verzucht haar moeder. ‘Dat had ik kunnen weten.’













