Baarnse Literatuurprijs: Maanoog

Kunst Baarnse Literatuurprijs

Op haar zevende verjaardag was het volle maan. Jente’s moeder had haar al die voorgaande jaren voorgelezen uit ‘Dolfje Weerwolfje’. Precies op de eerste volle maan na zijn verjaardag kreeg Dolfje door dat hij anders was. Er groeide haar op zijn handen, ’s nachts sliep hij slecht en natuurlijk was hij met volle maan de hele nacht wakker, actief en op pad. 

Op haar zevende verjaardag organiseerden Jente’s ouders natuurlijk een Dolfje Weerwolfje feest voor haar in de grote tuin onder de stokoude bloeiende appelboom. Op de picknicktafel pronkte een wit met rode weerwolftaart. Voor het slapengaan mocht ze nog even buiten naar haar verjaardagsmaan kijken. Daarna naar bed met haar nieuwe Dolfje-knuffel.

De volgende ochtend zat er natuurlijk geen haar op haar handen. En in de spiegel van de badkamer zag ze dezelfde melktanden op hun vertrouwde plek zitten. Met haar lange blonde haren en stralendblauwe ogen vond ze zichzelf misschien een beetje lijken op die blonde weerwolfjongen met bril. Maar een weerwolf was ze na deze vollemaansnacht dus niet geworden.

Boeken over Dolfje kon ze al snel zelf lezen. Jente sliep slecht en pakte dan vaak maar een boek uit de kast. Om het slapen te helpen maakte haar vader wel eens avondwandelingen met Jente langs de donkere Waddenzee. Om sterren te kijken. Op avonden met volle maan vroeg hij altijd met zo’n raar stemmetje of ‘Dolfje mee wilde naar de Waddendijk’. Belachelijk hoe hij dan deed! Maar ze ging altijd mee. Sterrenkijker achterin, twee campingstoeltjes, een thermosfles chocomel en dan maar kijken. 

Ze ontdekte dat er een stip op de maan zat. Zag door het dunne gaatje van de telescoop dat dat er lijnen vanuit die stip over de maan liepen als bloedvaten door een oog. Ze kon op die avonden nooit ophouden met kijken. Het maanoog gaf haar rust, liet haar niet los en bleef haar aankijken als een vertrouwde, verloren vriendin.

Het slapen bleef lastig. Haar ouders probeerden valeriaan, goudsbloempoeder, anijsmelk en venkelthee. Niets hielp. Ze kon zich slecht overgeven aan de nacht. Dat werd erger toen ze puber werd. Vooral in de dagen vlak voor volle maan. Zonder dat haar ouders het merkte sloop ze vanuit haar bed rechtstreeks de tuin in. Klom op de onderste tak van de oude appelboom en zocht haar maanoog. 

De maan draaide langzaam rond de oude appelboom en ze bleef kijken tot ze het koud kreeg. Haar moeder tilde Jente soms midden in de nacht verkleumd van een tak uit die oude appelboom. De eerste keer dat ze Jente daar vond was gek, maar het wende. Maannachten waren Jente’s beste nachten. Al die tijd dat ze in het huis woonde zat ze wel een paar keer per jaar in de oude appelboom bij volle maan.

Ze verloor de maan uit het oog toen ze naar de stad verhuisde. Lantaarnpalen, neonlichten en lonkende stroboscopen kwamen er voor in de plaats. Slapeloze nachten waren geen probleem meer. Ze werden een uitkomst. Want een stad geeft zichzelf ’s nachts. Na een paar van die stadsjaren belde haar vader. Jente nam meteen een taxi naar het huis bij de Waddenzee. Het was er donker zoals vroeger. Haar vader stond buiten in de tuin. Ze was net te laat thuis. 

Vijf dagen later stond ze ’s avonds met hem op de Waddendijk. De dijk was warm en de zee stroomde het windstille Wad af richting de eilanden. Ze huilden. Haar ogen wilden de wolken wel in stukken snijden. In haar buik prikte en bruiste van alles door elkaar heen. Ze zocht haar maanoog.

advertentie
advertentie