Baarnse Literatuurprijs: Zien

13 augustus 2022 om 08:45 Kunst Baarnse Literatuurprijs

Op het schilderij Sterrennacht boven de Rhône ontbreekt de maan. Er schittert van alles in de sterrenhemel boven Arles, maar de maan ontbreekt. Een wit puntje links bovenin is mogelijk als zodanig bedoeld. Toch zou dat niet logisch zijn gezien het feit dat soortgelijke puntjes op meerdere plaatsen aan de nachtelijke hemel te zien zijn. Op de kobaltblauwe verfvegen heeft Van Gogh vele rondjes aangebracht die de indruk wekken van stralende sterren. Maar geen maan.

Dat wist ze natuurlijk al. Ze kende het schilderij van Van Gogh immers goed. Had vele kunstboeken gelezen toen ze nog redelijk kon zien en in haar slaapkamer hing een replica van het werk aan de muur. En nu zat ze recht voor het werk van de schilder en voelde dezelfde emotie die ze had ervaren toen ze gisteren voor het graf van Marcel Proust had gestaan op Père Lachaise. Hoewel het zwarte, marmeren monument vooral de afwezigheid van de schrijver benadrukte, was ze toch heel even in zijn buurt geweest. Het was de illusie die telde. Die illusie gold ook voor de impressionisten. Slechts van enige afstand openbaarde zich het werkelijke wonder. Pas dan ontdekte je hoe delicaat en verfijnd de verfstreken en kleuren zich met elkaar verstrengelden. Pas dan verzuchtte je dat het geen werk van mensen maar van engelen moest zijn.

Eva moest tegenwoordig juist zo dichtbij mogelijk komen om de oorsprong van het wonder te kunnen zien. Ze duwde haar rolstoel tot aan de stalen draad die op kniehoogte voor alle kunstwerken was gespannen en drukte de met messing geëmailleerde toneelkijker die ze van haar grootvader had gekregen tegen haar ogen, om zoveel mogelijk van de details van het schilderij te zien. Elke veeg verf, elke klodder die van enige meters afstand een heldere ster bleek te zijn. Het zag er vast vreemd uit. Maar met vijftien procent zicht viel het niet mee om alle details te onderscheiden. Rond haar hoorde ze het geschuifel van schoenzolen.

Haar moeder had enige tijd met haar meegekeken en was uiteindelijk op een bankje gaan zitten met de plattegrond van het Musée d’Orsay op haar schoot. Eva begreep haar mogelijke ongeduld, maar juist voor dit schilderij was ze naar Parijs gekomen. De magie ervan was onweerstaanbaar. Ze scande het schilderij vanuit elke hoek alsof ze een potentiële koper van het werk was. Het moest tientallen miljoenen waard zijn. Het kijken putte haar uit, de hersenen wilden nog niet accepteren dat ze langzamerhand blind werd. Een zeldzame stofwisselingsziekte zoog het leven uit haar spieren en trok de nacht over haar heen als de zwarte kap over het hoofd van een ter dood veroordeelde.

Vandaag was het volle maan, wist Eva. En ze was ervan overtuigd dat er wonderen konden gebeuren op dit soort avonden. Waren het immers niet de heksen die dan tevoorschijn kwamen om hun maanvieringen te houden? En huilden de wolven niet onheilspellend in wouden en op hoogvlakten? Er hing een speciaal soort magie in de lucht. Dus ze had haar moeder gevraagd om haar, zodra het donker was, naar Pont Neuf te duwen zodat ze de volle maan kon zien schitteren in de Seine. Ze zou het zilveren licht zien smelten in het wateroppervlak. Nou ja, dat kon ze uiteraard niet goed zien, maar zo stelde zij het zich in poëtische zin voor. Met een beetje geluk zou ze een heldere stip in het midden van haar blikveld waarnemen. En dan zou ze in stilte haar diepste wens uitspreken. Ze zou vragen om de ziekte te stoppen die haar langzaam blind en invalide maakte, die het licht uit haar ogen zoog en haar spieren verwoestte.

Toen ze buiten kwamen zat de volle maan klem in de opengesperde bek tussen twee schoorstenen van een nabijgelegen gebouw. In een restaurant aan de Quai Voltaire bestelden ze een croque madame en een kop uiensoep. Eva luisterde naar het geroezemoes van de aanwezige gasten. Het rook naar zomervakantie. Moeder voerde haar dochter, die door de spasmen geen lepel vast kon houden zonder de omliggende tafeltjes te trakteren op een regen van uiensoep. Ook de Franse tosti werd in kleine stukjes in haar mond geduwd. Eva genoot van de smaken en wierp een blik naar buiten.

‘We kunnen zo gaan’, zei ze kauwend op een laatste stukje brood.

Moeder knikte en at snel haar soep op, die nu lauw moest zijn.

Er liepen mensen op de brug, voorbijgangers zonder gezicht. De straatlantaarns glommen goudkleurig als de sterren in Van Goghs hemel. Ze kon net over de reling heen kijken en raakte de stenen van de brug aan. Die waren koud en een beetje vochtig. Om haar heen was het zwart van de avond. In het midden van haar blikveld zag ze het langgerekte, zilverkleurige licht van de volle maan dat weerspiegelde in het water. Ze duwde zichzelf wat uit de stoel om het licht beter te zien. Toen zakte ze terug en vouwde haar handen in elkaar. De avond zweeg tussen tientallen voetstappen.

‘Is het mooi?’, vroeg ze opkijkend naar haar moeder.

‘Het is prachtig’, antwoordde zij, terwijl er een traan over haar wang rolde.

Mail de redactie
Meld een correctie

Christine Schut
Deel dit artikel via:
advertentie