
In gesprek met sopraan Inge van Oort
4 september 2025 om 09:11 Mensen MuziekluikBAARN In de maandelijkse rubriek ‘Muziekluik’ wil altvioliste en auteur Ewa Maria Wagner graag veelzijdig over Baarn vertellen in de context van muziek: over natuur, mensen, plekken, gebeurtenissen, concerten, gebouwen en over geschiedenis of toekomst - alles in betrekking tot Baarn en met oog voor verdieping. Ditmaal een gesprek met sopraan Inge van Oort.
Door Ewa Maria Wagner
De Heilige Nicolaaskerk is misschien wel de mooiste kerk van Baarn. De lichtval door de hoge gebrandschilderde ramen op de marmeren engelen van het altaar overvalt me, de neogotische regelmaat van de meerdere beuken en het Maria-altaar verderop, evenals de kruiswegstaties afkomstig uit 1861, zorgen voor een sfeer die me eerder aan een klein kerkje in Italië doet denken. Maar misschien komt dat ook omdat het buiten een warme zomerse dag is en de zonnestralen die naar binnen dringen alles in een gouden licht drenken.
Opnieuw blijf ik betoverd staan voor een gepolychromeerd houten beeld van Maria van Baerne uit 1735. Als ik me omdraai kijk ik naar een royaal orgel - nog door de familie Verschuren uit Heythuysen gebouwd. De weinige keren dat ik hier was, kwam ik voor de muziek, meestal voor een koorconcert, wat hier een sterke traditie heeft gehad. Helaas heeft het Groot Nicolaaskoor hier zijn allerlaatste concert in december 2022 gegeven, na 60 jaar hield het koor om verschillende reden op te bestaan. Gelukkig vinden er nog steeds mooie zangconcerten, zoals het recente jubileumconcert van Concertkoor Baarn afgelopen april toen ze hun 125-jarig bestaan vierden.
Inge van Oort, sopraan, is een fervent koorzangeres die sinds vier jaar regelmatig in de Nicolaaskerk optreedt met het Concertkoor Baarn. ‘Het is een sfeervolle kerk met een bijzonder goede akoestiek,’ zegt Inge. We zitten aan de keukentafel bij haar thuis. Terwijl haar man Jef voor drankjes zorgt, vertelt ze dat ze ook hem voor het koor heeft weten te enthousiasmeren.
‘Ik ben wel muzikaal en speel graag gitaar,’ lacht Jef, ‘maar zonder Inge was ik waarschijnlijk niet zo snel in een koor gaan zingen.’ ‘Hoe word je een koorzanger?’ vraag ik. Jef trekt zich al snel in de woonkamer terug.
‘Er werd vroeger bij ons thuis regelmatig naar muziek geluisterd. De radio was veel aan en mijn ouders draaiden ook graag een grammofoonplaat, zowel modern als klassiek. Op mijn vijfde stond ik mijn eerste liedjes op het podium van de Jeugdoperette Rivieren- en Dichterswijk in Utrecht (wat nu het Utrechts Sprookjestheater heet) te zingen – dat kwam door mijn vader, hij zong er als kind ook al. In mijn tijd mocht iedereen meedoen, mijn beste vriendinnen zongen ook mee, wat voor een verbondenheid zorgde. Ik weet nog dat ik op de lagere school sopraanblokfluitlessen kreeg, zo leerde ik al op jonge leeftijd noten lezen. Veel later, op de PABO, ging ik door met de tenorblokfluit. Als lerares in het basisonderwijs heb ik me onder andere toegelegd op muziek in de klas en ik gebruikte de blokfluit graag tijdens mijn lessen.’
‘Heb je ook andere instrumenten bespeeld?’
‘Ja, orgel, wat grappig was want het was een elektronisch orgel. Ik oefende toen klassieke en moderne stukken maar zingen is toch mijn eerste liefde.’
‘Waarom?’
‘Mijn hele jeugd draaide erom! Mijn moeder naaide de kostuums voor de voorstellingen en mijn vader zat in het bestuur, later is hij voorzitter geworden. Ik was gefascineerd door de muzikale sprookjeswereld en volgde zelfs jarenlang klassieke balletlessen. De prachtige melodieën, daar ging ‘t me om, maar ook het acteren vond ik mooi. Ik was kabouter, fee, prinses, koningin en toen ik iets ouder was zong ik de rol van boze heks, zalig! Ik was er niet weg te slaan en ging door tot mijn vader overleed. Toen stopte ik echter met zingen. Bovendien werd ik te oud, want het was tenslotte een jeugdoperette. Ik was al 33 en raakte zwanger.’
‘Kon je het zingen makkelijk loslaten?’
‘Niet echt maar de muziek schoof toen wel naar de achtergrond. Naast “moederen” werkte ik ook nog als onderwijzeres op de Geerenschool en later op de Bestevaerschool in Baarn. Op gegeven moment - ik was inmiddels 44 – besloot ik tweejarige studie aan het Seminarium voor Orthopedagogiek te volgen voor de specialisatie remedial teacher. De nieuwe uitdaging in mijn werk slokte me helemaal op, ik had weinig energie voor iets anders. In 2005 manifesteerde zich een ziekte bij mij. Ineens viel alles stil en ik kwam thuis te zitten, het voelde alsof ik opnieuw van alles moest leren. Ik miste het zingen, de optredens, de afleiding, ik geloofde niet meer dat ik ooit nog zou zingen. Wat ik ook mooi vond om te doen was schilderen, en zo volgde ik een cursus. Op een dag vroeg mijn vriendin mij of ik bij het Kamerkoor Tourdion in Soest zou willen zingen. Ik was sceptisch, vooral omdat er een auditie werd afgenomen. Maar het ging goed! Alleen was ik door mijn ziekte beperkt en kon misschien niet altijd zelfstandig naar de repetities komen. Ik vroeg Jef of hij ook auditie wilde doen: die verliep uitstekend!’
‘Hoe voelde het voor je om weer te mogen zingen?’
‘Intenser dan ooit, de muziek drong dieper bij me naar binnen. In die tijd leerde ik ook hoe belangrijk een bevlogen dirigent is. Toen dirigente Anne-Marie Blink naar een ander koorgezelschap overstapte, gingen we met haar mee. Zingen Voor Je Leven, zoals het koor nog steeds heet, is een korennetwerk van de Stichting Kanker in Beeld. Iedereen die er zingt, heeft ervaring met deze ziekte, heel bijzonder. Af en toe mocht ik in het koor soleren, heerlijk. Maar ik voelde heftige emoties, ook van de anderen, soms gingen ze samen met de klanken door mij heen. De kracht achter het zorgvuldig gekozen repertoire - dat vaak heel droevig is - sneed door mijn ziel. Al gauw kon ik mijn emoties niet meer onder controle houden en moest me beschermen. Dat was de reden dat Jef en ik er alsnog mee gestopt zijn. Maar de stilte viel tegen, na een tijd hebben we opnieuw audities gedaan en zingen we nu met veel plezier in het Concertkoor Baarn, ja, ook in onze plaatselijke Nicolaaskerk. Wat een prachtig ensemble is dat! De jonge dirigent Anthony Scheffer is, naast het bestuur, de stuwende kracht achter alles wat we doen.’
‘Zou je nog één keer iets heel graag willen zingen?’
‘Ik denk… het Requiem van Sir Karl Jenkins, ja… Het is een stuk dat me bijzonder veel troost geboden heeft. Maar ook andere koorstukken, van Faure of Mozart zou ik niet willen missen. Zingen is me zeer dierbaar, dankzij muziek kon ik mijzelf overwinnen in de moeilijke perioden in mijn leven. Het zingen hielp telkens waar de woorden machteloos waren en dat is nog steeds zo.’


















