Tim Braithwaite is zaterdag te beluisteren in de Pauluskerk.
Tim Braithwaite is zaterdag te beluisteren in de Pauluskerk.

Veel gezucht, maar geen gejammer in de Pauluskerk

15 maart 2022 om 16:00 Muziek

‘Widerstehe doch der Sünde’, BWV 54 en ‘Komm, du süße Todesstunde’, BWV 161

BAARN Bach Cantorij Baarn maakt, onder leiding van Boudewijn Jansen, zaterdag 19 maart haar opwachting in de Pauluskerk voor de eerste vesper van dit jaar. Op het programma staan onder andere twee cantates, beide gecomponeerd tijdens Bachs verblijf in Weimar. Een korte alt-solo cantate van 10 minuten en een iets langer uitgevallen cantate voor alt en tenor, vierstemmig koor en orkest. 

Twee vocale solisten treden aan: Tim Braithwaite, altus en Erik Janse, tenor. In de reguliere orkestbezetting dit keer geen hobo’s maar blokfluiten. Organist is Henk van Zonneveld. Ds Job de Bruijn zal als gastspreker ingaan op de thematiek van BWV 161.

Met ‘Widerstehe doch der Sünde’ componeerde Bach misschien wel zijn meest moralistische cantate. Dat ligt natuurlijk vooral aan de tekst van dichter Georg Christian Lehms, in 1711 gepubliceerd in Darmstadt. De liturgische bestemming van de tekst is zondag oculi, middenin de vastentijd, waarin doorgaans geen cantates werden uitgevoerd. Eerste uitvoering was in maart 1715.

De minimale omvang van deze solo cantate op Italiaanse leest telt twee aria’s verbonden door een recitatief. De sobere bezetting (continuo, twee violen en twee altviolen) is eveneens minimaal.

De eerste aria Widerstehe doch der Sünde gaat over het onheil dat de mens zal treffen wanneer hij geen weerstand weet te bieden tegen de zonde. De spanning tussen de verleiding voor en het weerstaan van de zonde wordt ook muzikaal uitgedrukt in schrille dissonanten tussen de contrabas en de hevig zuchtende strijkers. Een hoorbaar woelige strijd. Het tussenliggende recitatief beschrijft het lot van zondaars. De solist wordt slechts begeleid door basso continuo, waarbij de bas opnieuw een ontregelende rol speelt, een beetje vloeken in de noten. In de slotaria verbeeldt een steeds terugkerend dalend thema de zondeval.
En ja, over wat voor zonde hebben we het dan? Niet de dagelijkse huis- tuin- en keukenvergrijpjes. De gelijkenis van de onvruchtbare vijgeboom in het Lukas evangelie dringt zich op. Het niet tot vrucht komen, het doel missen, dat is pas zonde. Als mens niet tot je bestemming (willen of kunnen) komen, je focus verliezen en zo je doel missen, van het pad raken door 1001 opwindende afleidinkjes of geestverblindende ijdelheden, daarin schuilt de zonde die je moet weerstaan.

BWV 161 Houdt een vroom leven de duivel op afstand, zoals cantate 54 belooft, in cantate 161 draait het om andere koek. Met de bitterzoete titel Komm, du süße Todesstunde (ook een van Bachs vroege cantates gecomponeerd in Weimar) betreden we een ander strijdperk. Dit keer op een tekst van de Weimarer hofdichter Salomo Franck. De eerste uitvoering klonk in september 1716.

Wat meteen opvalt is het ontbreken van een openingskoor. BWV 161 begint met een smachtende altaria, het titelnummer van deze cantate en daarmee komt Bach direct tot de kern van de boodschap. Los van de tekst klinkt in de orgelpartij de voor Bachs tijdgenoten overbekende koraalmelodie Herzlich tut mich verlangen nach einem sel’gen End. Een stervenskoraal. In onze oren alleen nog herkenbaar als de melodie van O Haupt voll Blut und Wunden die in de Matthäus Passion wel vijf keer in verschillende toonaarden klinkt.

De melodie keert niet alleen terug in het slotkoraal, maar zit ook in de thematiek van de beide aria’s en het koor (deel 5) van BWV 161. Het geciteerde koraal vormt als het ware de ruggengraat van deze cantate vol doodsverlangen, waarin de wrang schurende maar toch broos klinkende blokfluiten (flauti dolce) een verzachtende rol spelen.

ARS MORIENDI ‘Doodgaan kan altijd nog’, was een gevleugelde uitspraak van Harry Mulisch. Hij bewees dat overigens eind oktober 2010. Maar met sterven kan je maar beter vroeg beginnen te oefenen, zoals de antieke filosofen zeiden.
De school van de ars moriendi ontstond zo’n 300 jaar voor onze jaartelling in de kring rond Stoïcijnse filosofen. Zoals veel Helleens gedachtegoed, won ook de kunst van het goed sterven nadien onder Romeinse filosofen en staatslieden enorm aan populariteit (Cicero, Seneca). De stoïsche filosofie was bedoeld als geneesmiddel voor de ziel, je niet laten leiden door emotie, maar in vrijheid en redelijkheid je losmaken van de angst voor de dood. Heel praktisch: je kan alleen goed met het leven omgaan als je niet bang bent het te verliezen.

Na de verspreiding en onder invloed van het christendom kantelt het perspectief van de kunst van het sterven. Er komt ineens een dimensie bij: het hemels uitzicht, het hiernamaals….

Vooral na de publicatie van een 15de eeuws traktaat raakte de ars moriendi in de late middeleeuwen in West-Europa in zwang: het ideaal is om verzoend met God en de wereld zalig te sterven en op je sterfbed een voorbeeld te zijn voor anderen.
En zo belanden we uiteindelijk ook bij het luthers verlangen naar de dood en de zucht naar verlossing uit al het aardse onbehagen.

Dood of sterven spelen in 30 van de 200 overgeleverde cantates van Bachs hand een centrale rol en in talloze andere cantates op z’n minst een niet te missen bijrol. In Bachs tijd was de dood vriend aan huis. Een bittere realiteit, veel zichtbaarder en gruwelijker dan wij ons nu kunnen voorstellen. Bach ‘predikt’ in zijn muziek geen variant van wufte wereldverachting, maar eerder een vergaand relativeren van het aardse leven. Het perspectief is de hemelse vreugde en rust waarbij dat aards tranendal in het niet verzinkt.

Niet het doodsverlangen op zich, maar het verlangen naar dat volmaakte leven erna is het doel en de bestemming.

KOM, ZOET UUR VAN DE DOOD Schrik niet van de titel. Je kunt er donder op zeggen: is de dood in het spel, dan is Bach op z’n best. Hoor dat prachtige altrecitatief (deel 4) waarin tekst en muziekuitbeelding een subliem hoogtepunt van de cantate vormen. Hoor de slagen in de laatste twee maten! En hoor daarna de allervrolijkste stervensmuziek denkbaar. Dartelende doodsklokjes (blokfluiten) begeleiden het op hemelse vreugde afkoersende koor. Een blik achter de schermen. Woahh… hier klinkt onverholen music for the millions.

Het ernstige slotkoraal zet de zaken weer even op een rijtje.

Pauluskerk zaterdag 19 maart 16.30 uur, toegang gratis, collecte na afloop.

Verder op het programma: TWV 52: a 2 in a, een vierdelig concertje uit circa 1718 voor twee blokfluiten, strijkers en BC, van de hand van Bachs beroemde tijdgenoot G. Ph. Telemann. Met een glansrol voor Esther Nuijten en Mariken Hanke van Peursem op blokfluit.

Gastspreker is ds Job de Bruijn in wiens Ontmoetingskerk cantate 161 op zondagmorgen 20 maart wordt herhaald. Aanvang dienst: 10.30 uur, Kerklaan 41 in Laren.
Organist is Henk van Zonneveld.

door Aleida Hamel

Logo Bach Cantorij Baarn.
Tim Braithwaite.
Mail de redactie
Meld een correctie

Christine Schut
Deel dit artikel via:
advertentie