New-Nieuw-Amsterdam
12 augustus 2023 om 08:39 Kunst Baarnse LiteratuurprijsLotus vouwt voor de zoveelste keer de flyer in haar handen open. Ze blijft er maar aan priegelen van de zenuwen, ze kan er niets aan doen; het liefst had ze even een sigaretje gerookt, maar dat is niet toegestaan aan boord van de hypermoderne hogesnelheidstrein die zich zelfverzekerd door het landschap laat glijden. Dus moet het hoogglanspapier het ontzien.
Ze kan zich bijna niet voorstellen dat de trein echt vooruit beweegt. Geen door richels getergd spoor, geen krakende vaalgele wagons waar al honderd keer iets schunnigs op gespoten is. Deze treinen worden terecht met alen vergeleken, door de manier waarop ze geruisloos en soepel van A naar B schieten. Als Lotus een glas water zou bestellen, zouden er geen trillende kringen in de vloeistof verschijnen als ze hem op een klaptafeltje zou plaatsen, zo goed zijn de schokdempers.
De trein buigt zich als de arm van een geliefde door een bocht en duikt een tunnel in. Ze rijden nu onder de zee door. In het fluweelachtige licht van de wagons leest Lotus de flyer nogmaals, hoewel ze hem uit haar hoofd kent.
New-Nieuw-Amsterdam: de Stad van de Toekomst! Lotus is enigszins allergisch voor de stadstitel en is niet de enige, het internet heeft de naamkeuze al vakkundig aan stukken gefileerd, maar het kersverse stadsbestuur houdt stug vol. Lotus heeft het intussen geaccepteerd. Ze is al dankbaar genoeg dat zij samen met de andere treinpassagiers uit een gigantische poule deelnemers is gekozen om New-Nieuw-Amsterdam als eerste te bezichtigen.
Een jaar of vijf geleden begon de constructie. Kilometers van de Zuid-Nederlandse kust kon je als het niet te mistig was de voortgang met een verrekijker observeren: midden in de Noordzee schoten op een kunstmatig aangelegd eiland de gebouwen de lucht in. ’s Nachts verried alleen een zweem snoepkleurig neon het bestaan van New-Nieuw-Amsterdam. Vaak stond Lotus alleen op het strand naar de verte te kijken, haar voeten half bevroren in het natte zand.
Nu gaat ze zien of haar dromen echt kunnen zijn. Er zijn nog niet eens inwoners, zo nieuw is de stad, maar de huizen staan al klaar. Misschien kan ze over een paar jaar wel verhuizen.
Een vrouw verschijnt breed glimlachend op ieder scherm in de trein. Ze zwaait. Ze is jong, glanzend en perfect, net zoals New-Nieuw-Amsterdam.
“Welkom, lieve prijswinnaars. Binnen enkele minuten arriveren we. Ik hoop dat jullie een fijne reis hebben gehad.”
Om Lotus heen knikken de andere passagiers. De flyer in haar handen scheurt bij de vouwrand onder het geweld van haar nerveuze vingernagels.
“In jullie envelop vinden jullie een kaart van de stad, een informatieboekje, en, niet onbelangrijk: jullie treinticket naar huis. Hiermee kunnen jullie enkel de laatste trein terug pakken, dus denk maar niet dat jullie eerder kunnen ontsnappen!”
Gelach klettert door de trein als een rijstregen tijdens een bruiloft.
Lotus pulkt de envelop open en giet de inhoud op haar schoot. Ze pakt het treinticket op. Er staat geen tijd, maar enkel: DE LAATSTE TREIN TERUG.
“Heel veel plezier,” zegt de vrouw op het scherm. “Vandaag zien jullie de toekomst!”
Nog geen seconde later vult een verblindend licht Lotus’ blikveld als de trein eindelijk de zee uit duikt, omhoog, een smalle luchtbrug op die als een mes in het hart van de stad steekt. Even ziet ze het eiland van een kleine afstand, de hypermoderne wolkenkrabbers die in boogvorm gebouwd zijn en als lussen wol boven de laagbouw uitsteken, de bruggen die vrolijk kriskras de lucht in stukken hakken. Dan sluit de stad de trein in haar armen.
Lotus staat als eerste bij de schuifdeuren.
De lucht in New-Nieuw-Amsterdam ruikt naar vers uitgepakte elektronica en suikerspin. Een groep lachende mensen in lila uniforms legt haar en de andere passagiers een krans plastic rozen om de nek. De kunstmatige bloemblaadjes kietelen Lotus’ wang.
Ze pakt de medewerker naast haar, een man met onmogelijk witte tanden, bij de mouw.
“Mag ik wat vragen?”
Zijn glimlach verbreedt zo plots dat zijn gezicht in tweeën lijkt te splijten. “Natuurlijk!”
“Wanneer gaat de laatste trein terug?”
“De treinen gaan hier constant.” Hij wijst naar het reisplanbord achter zich. “Zie je? Ieder halfuur gaat er één, heel de dag, heel de nacht. De eerste trein is de laatste en omgekeerd. New-Nieuw-Amsterdam is altijd open!”
Lotus fronst. Voor het eerst die dag trekt haar hart niet samen van opwinding, maar van iets anders wat ze nog niet kan plaatsen.
“Maar ik heb een ticket voor de laatste trein terug.”
“Die bestaat niet.” De man zucht alsof het hem oprecht spijt. “En de balies zijn nog niet open. Storing in het betalingssysteem, ziet u. Dat kan nog wel een paar dagen duren.”
Onrustig kijkt Lotus omhoog naar de huizenbogen. Achter geen enkel raam schuilt een teken van leven.
“Ik moet bellen,” zegt ze kleintjes.
De man legt een geruststellende hand op haar schouder. Hij ruikt naar chemische lavendel, alsof iemand hem pas net uit zijn doos heeft gepakt.
“Er is hier geen bereik. Maar u maakt zich veel te veel zorgen,” zegt hij sussend. Zijn greep verstevigt. “Geniet ervan en geloof me, straks wilt u nooit meer weg.”













