
Aandacht voor jongeren en wegblijven van polarisatie. Gaat D66 de Rob Jetten-bonus in Baarn verzilveren?
11 maart 2026 om 16:00 Gemeenteraadsverkiezingen Gemeenteraadsverkiezingen Baarn 2026BAARN Straalt het Rob Jetten-effect positief af op D66 Baarn? Volgens lijsttrekker Hanneke Struijk kan dat maar zo. Bij de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer stemden de meeste inwoners van Baarn D66. Ook lokaal zijn ze klaar om de komende vier jaar weer verantwoordelijkheid te nemen. Als de kiezer het wil misschien wel met vijf zetels.
Eugene Leenders
De dag na de Amerikaanse verkiezingen in 2016 werd ze om zes uur wakker en zag op haar telefoon dat Trump de nieuwe president van de USA was. Tegelijkertijd won Geert Wilders stemmen in Nederland.
Hanneke Struijk: ,,Ik was echt oprecht ontdaan.” Dat moment bleek achteraf een kantelpunt. Niet veel later werd zij lid van D66. „Ik dacht toen: als ik me hier zo druk over maak, moet ik ook iets doen. Niet alleen mopperen vanaf de zijlijn.” De stap naar de lokale politiek kwam niet voort uit een jarenlange ambitie. Eerder uit een gevoel van verantwoordelijkheid.
Ze begon als steunfractielid en werd later kandidaat-raadslid. Na de verkiezingen van 2022 kreeg D66 in Baarn geen drie maar twee zetels. Maar, het liep anders. Jonkers begon zijn eigen partij Lijst Jonkers. Van de ene op de andere dag bleef zij alleen over. „Dat zag ik eerlijk gezegd niet aankomen. Dat hij moeite had met de landelijke koers van de partij voelde ik wel, maar dat hij zou vertrekken en zijn zetel zou meenemen, verraste me echt.”
SPANNEND
Zo werd ze eenmansfractie. Een situatie die haar aanvankelijk onzeker maakte. „Het verschil tussen met z’n tweeën in de raad zitten en alleen, is enorm. Je kunt niet even overleggen tijdens een debat. Je moet ter plekke besluiten wat je vindt. Dat vond ik in het begin spannend.”
Toch kijkt ze er met enige trots op terug. „Ik dacht echt: kan ik dit wel? Maar ik denk dat het gelukt is. Je wordt gedwongen om goed voorbereid te zijn. En ik had gelukkig een hele betrokken steunfractie om me heen.” De afgelopen vier jaar waren politiek allesbehalve rustig in Baarn. Coalitiepartij VoorBaarn implodeerde en stapte uit de coalitie.
„Wat ik het lastigst vond, was de periode waarin partijen vooral met zichzelf bezig leken. Dan dacht ik: waar is Baarn in dit verhaal?” Tegelijk ziet ze ook iets waardevols ontstaan. „Doordat we met een minderheidscoalitie werkten, zag je dat er steeds vaker per onderwerp nieuwe samenwerkingen ontstonden. Mini-coalities. Dat vond ik eigenlijk heel mooi.” Dat voedde haar idee om toe te werken naar een raadsakkoord in plaats van een dichtgetimmerd coalitieakkoord. „Geef de raad als geheel meer ruimte. Betrek ook de oppositie nadrukkelijker. Dat verlaagt het wij-zij-denken. En uiteindelijk komt dat de kwaliteit van besluiten ten goede.”
SAMEN VERDER
Het is precies die manier van politiek bedrijven die zij ziet als het lokale gezicht van het D66-gedachtegoed. „Wij proberen echt weg te blijven van polarisatie”, zegt ze. „In een debat probeer ik niet meteen tegenover iemand te gaan staan, maar eerst te begrijpen: wat heb jij nodig om mee te kunnen bewegen? Waar zit jouw zorg? Soms moet je ook gewoon stevig zijn. Maar altijd vanuit de vraag: hoe komen we samen verder? Ze rekent op minimaal drie zetels, met met een optimistische blik zouden vijf zetels volgens haar mogelijk zijn.
Het sluit aan bij wat zij noemt de positieve politiek van D66. „Niet blijven hangen in wat niet kan, maar zoeken naar wat wél mogelijk is. Dat lukt niet altijd, maar het is wel onze intentie.” Inhoudelijk staat één dossier voor haar met stip bovenaan: wonen. „Iedere partij roept: bouwen, bouwen, bouwen. Dat doen wij ook. Maar wat ons onderscheidt, is dat wij veel verder vooruit willen kijken. Niet vijf jaar, maar tien tot twintig jaar.” Volgens haar is Baarn door zijn beperkte ruimte gedwongen om creatiever en moediger te zijn. „Je zult echt moeten nadenken over herontwikkeling van wijken, over het verplaatsen van bedrijven uit het centrum. Dat vraagt lef.”
Ook over asielopvang is ze duidelijk. „Asielzoekers zijn in de eerste plaats mensen. En mensen moet je menswaardig opvangen.” Ze is er trots op dat Baarn voldoet aan de spreidingswet. „We doen wat van ons gevraagd wordt. En dat doen we op een plek waar het goed loopt. Wat mij betreft blijft die opvang ook op langere termijn bestaan.” Meer opvang? „Dat moet je per situatie bekijken. Ik sta daar niet bij voorbaat afwijzend tegenover. Alles binnen proportie. Maar we schrikken er niet van wanneer we bijvoorbeeld in Baarn 175 mensen opvangen.”
Participatie ziet zij niet als een doel op zich. „We hebben een representatieve democratie. Dus je kunt niet alles eindeloos blijven bespreken.” Maar vooraf met inwoners in gesprek gaan, kan volgens haar wel degelijk helpen. „Zeker bij grote projecten, zoals woningbouw. Niet om te bepalen óf een project doorgaat, maar om te kijken waar je nog rekening mee kunt houden.”
DE SPEELDOOS
Over het slepende dossier rond Theater de Speeldoos en de huisvesting van maatschappelijke organisaties is zij opvallend kritisch op het rapport dat vijf raadsleden vorige maand presenteerden. „Die werkgroep was in mijn optiek bedoeld om randvoorwaarden te formuleren: wat vinden we als raad nu eigenlijk belangrijk, aan welke knoppen kunnen we straks draaien. Zodat een nieuwe raad daar een goed inhoudelijk gesprek over kan voeren. Niet om al met een half uitgewerkt plan te komen.”
Juist dat is volgens haar nu wel gebeurd.
„Wat mij verbaasde, is dat er opeens een soort tussenplan ligt. Dat was niet de opdracht van die werkgroep.” Ze benadrukt dat het voor haar niet gaat om het koste wat kost behouden van gebouwen. „Ik vind het belangrijk dat een professioneel theater, een goede bibliotheek en ruimte voor maatschappelijke organisaties behouden blijven. Maar daarbij is het voor D66 niet vanzelfsprekend dat we het Nutsgebouw moeten aanhouden.”
JONGEREN
Naast wonen noemt zij de zorg voor Baarnse jongeren een van haar belangrijkste speerpunten van D66 voor de komende periode.
„Je hoort van jongeren heel vaak dat ze zich niet goed gehoord voelen. En dat er te weinig plekken zijn waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Ik vind dat we daar als gemeente echt actiever in moeten worden.” Minstens zo belangrijk vindt zij de mentale gezondheid van jongeren. „Ik hoor dat niet alleen in de cijfers, maar ook in mijn eigen omgeving. Jongeren hebben op dit moment echt veel mentale problemen. Dat zie je terug in de jeugdzorg. Dat baart me enorm zorgen, niet alleen vanwege de kosten, maar vooral vanwege die jongeren zelf.”
Volgens haar moet de focus de komende jaren veel sterker op preventie liggen. „We hebben jongerenwerkers en een jeugdcoach, maar ik denk dat we moeten kijken of we daar meer mee kunnen doen. Hoe kunnen we jongeren eerder bereiken, voordat problemen zo groot worden dat ze in zware zorgtrajecten belanden?” Ze verwacht dat dit onderwerp breed gedragen zal worden in de raad. „Over jeugd en mentale gezondheid zijn de meeste fracties het gelukkig redelijk eens. Maar het vraagt wel om structurele aandacht en niet alleen om mooie woorden.”



















