
Waarom profclubs in de zomer graag oefenen tegen amateurclubs
7 mei 2026 om 15:09 Zakelijk-nieuws-landelijkElke zomer gebeurt het weer: een club uit de Eredivisie of Keuken Kampioen Divisie trekt de regio in en speelt een oefenwedstrijd tegen een lokale amateurclub. Voor de profs is het een werkdag. Voor de amateurs is het een feestdag. Maar waarom kiezen profclubs eigenlijk voor dit soort duels? En wat halen ze er echt uit? Meer dan je zou denken, want zo’n wedstrijd tegen SV Baarn of een vergelijkbare club dient een heel duidelijk doel.
De voorbereiding op een nieuw seizoen: zo werkt het bij profclubs
Begin juni druppelen de spelers van Eredivisie-clubs weer binnen op het trainingscomplex. De eerste dagen zijn zwaar: conditietests, looptrainingen, partijspelletjes op halve velden. Na een week of twee begint het echte werk en worden de eerste oefenwedstrijden gepland. Die wedstrijden volgen een vaste opbouw. Eerst een paar duels tegen amateurclubs, daarna tegen ploegen uit de Keuken Kampioen Divisie of buitenlandse clubs, en vlak voor de competitie start een generale repetitie tegen gelijkwaardige tegenstanders.
De wedstrijden tegen amateurs zitten bewust vroeg in dat schema. De benen zijn nog zwaar, de automatismen moeten nog inslijten, en de nieuwe aanwinsten hebben hun ploeggenoten nog nauwelijks leren kennen. Het gaat in die fase niet om presteren. Het gaat om draaien. Minuten maken, ritme opbouwen, het gevoel van een echte wedstrijd weer oppakken na weken zonder bal. Clubs als PSV, Feyenoord en FC Utrecht plannen elk jaar meerdere van dit soort duels in de eerste weken van de voorbereiding. Vaak trekken ze daarvoor naar een sportpark in de regio, soms als onderdeel van een trainingskamp in eigen land. Het zijn de wedstrijden die geen kijkcijfers trekken maar die voor de technische staf net zo waardevol zijn als een oefenpot tegen een buitenlandse club.
Wat een profclub haalt uit een wedstrijd tegen amateurs
Winnen staat niet centraal. Dat klinkt vreemd voor een profclub, maar het is de realiteit. De trainer wil zien hoe een nieuwe spits samenwerkt met het middenveld. Hij wil een verdediger die terugkomt van een kruisbandblessure veertig minuten laten spelen zonder druk. Hij wil een jeugdspeler uit de beloften een kans geven om zich te laten zien. Die dingen kun je niet testen op de training. Daarvoor heb je een wedstrijd nodig, met een tegenstander, een scheidsrechter en een klok die aftelt.
Juist daarom is een amateurclub de ideale tegenstander in die fase. Er staat niks op het spel, de druk is laag, en de trainer kan naar hartenlust wisselen. Het is niet ongebruikelijk dat er in de rust een compleet nieuw elftal het veld inkomt. Soms worden er zelfs twee keer dertig minuten gespeeld in plaats van twee keer vijfenveertig, puur om meer spelers aan bod te laten komen. De uitslag, die vaak uitvalt in 0-8, 0-12 of soms zelfs 0-15, is voor de profclub volkomen irrelevant.
Wat het oplevert voor de amateurclub
En hier wordt het verhaal pas echt mooi. Want voor de amateurclub is zo’n oefenwedstrijd allesbehalve een doordeweeks potje. Het is een evenement. De kantine draait overuren, de tribune zit voller dan op welke competitiezaterdag dan ook, en de hele buurt loopt uit om te kijken. Voor een club als SV Baarn is een wedstrijd tegen een profclub iets waar je jaren over praat. De dag dat Feyenoord of FC Utrecht op jouw veld stond, dat jouw keeper een bal van een international tegenhield, dat de spelers van de eerste selectie na afloop op de foto gingen met de jeugd.
Financieel levert het ook iets op. Profclubs betalen doorgaans een vergoeding aan de gastclub, en de kantine-inkomsten op zo’n avond zijn een welkome aanvulling op het budget. Maar het echte rendement zit in de zichtbaarheid. Lokale media berichten erover, de club krijgt aandacht, en potentiële nieuwe leden zien dat er iets leuks gebeurt bij die club om de hoek. Het is marketing die je niet kunt kopen, maar die je wel krijgt als je je veld beschikbaar stelt voor een profclub in de voorbereiding.
De uitslag zegt niets, maar de goals zijn wel te tellen
De scorelijnen bij dit soort oefenduels zijn vaak opvallend. 0-9 tegen een tweedeklasser, 0-15 tegen een vierdeklasser. Het zijn uitslagen die in de competitie ondenkbaar zijn, maar die in de context van een oefenpot volkomen normaal zijn. Het verschil in snelheid, techniek en fysieke kracht is simpelweg te groot. Een amateur speelt op zijn allerbest, een prof speelt op tachtig procent, en het verschil is nog steeds enorm.
De goals vliegen er in zulke oefenduels vanaf, maar ook bij Vbet weet men dat het aantal doelpunten in een wedstrijd tussen prof en amateur zich lastig laat vangen in een getal. De context bepaalt alles. Hoeveel spelers wisselt de trainer? Spelen de sterspelers mee of alleen de reserves? Is het de eerste of de vijfde oefenwedstrijd van de voorbereiding? Al die factoren maken dat de uitslag lastig te voorspellen is, ook bij het afsluiten van sportweddenschappen.
Waarom dit soort duels iets moois zeggen over voetbal
Voetbal is een sport die niveaus verbindt die normaal ver uit elkaar liggen. De speler die op zaterdag in de derde klasse speelt en de international die op zondag in de Arena staat, spreken dezelfde taal. Ze kennen dezelfde frustratie van een gemiste kans, dezelfde vreugde van een doelpunt, dezelfde spanning van een wedstrijd die op het punt staat te beginnen. Een oefenwedstrijd tegen een profclub maakt die verbinding zichtbaar. Het is een middag waarop de afstand tussen amateurvoetbal en profvoetbal even heel klein voelt.
Voor de spelers van een club als SV Baarn is het een herinnering die ze meenemen naar elke volgende training, elke volgende competitiewedstrijd. Voor de kinderen langs de lijn is het misschien wel het moment waarop ze besluiten dat ze ook willen voetballen. En voor de club is het een bevestiging dat je er mag zijn, ook als je nooit in de Eredivisie zult spelen. Dat is de kracht van dit soort duels. Niet de uitslag, niet de doelpunten, maar het gevoel dat voetbal van iedereen is.
![]()
















