Baarnse literatuurprijs

Goed nieuws is geen nieuws

15 augustus 2026 om 08:49 Overig Baarnse Literatuurprijs

Wat een heerlijke nacht! Het eerste wat Maarten opvalt is dat hij zonder spierpijn wakker wordt. Hij is kennelijk toch fitter dan hij dacht. Het ging er ruig aan toe maar die 1e voetbaltraining na maanden lijkt hij bijzonder goed te hebben doorstaan. Half negen al! Geen pushmeldingen, geen updates over Oekraïne, geen uitspraken van president Trump. Ook zijn telefoon heeft de nacht rustig doorgebracht. Bijzonder. Dat heeft hij nog niet eerder meegemaakt. Hij fronst en pakt zijn telefoon. Helemaal opgeladen. Vier balkjes, het internet werkt prima. Hij kijkt eens goed. Geen nieuwsapps. Geen meldingen. Geen geschiedenis. Daarom was het dus rustig. De telefoon lijkt zichzelf geschoond te hebben. “Zeker een update die niet goed is gegaan” denkt Maarten. Maar tijd om zich erin te verdiepen heeft hij niet. Om half 10 is zijn meeting en hij moet zich haasten.

Het is een kwartiertje lopen van huis naar de redactie. De warme zon voelt optimistisch. En zelfs op de doorgaans zo drukke donderdag lijkt de stad nog te slapen. De winkels zijn open maar het lijkt wel uitgestorven. Op enkele groepjes slenterende scholieren na is de winkelstaat leeg. Een paar jongens op een fat bike lachen hem vriendelijk goedemorgen toe. Waren dat niet die gasten die hem vorige week nog bijna van zijn sokken reden?

Maarten stapt de lift uit. Het is rustig op kantoor. Waar is iedereen? Heeft hij iets gemist door die stomme update van zijn telefoon? Zijn hart maakt nerveus een sprongetje. Als hij de afdeling oploopt ziet hij dat iedereen er gewoon is. Al lijkt de bedrijvigheid die er gewoonlijk heerst te ontbreken. Er bekruipt hem een vreemd gevoel. Iedereen is fysiek aanwezig maar het voelt leeg. “Goedemorgen Senaid! Zijn de actualiteiten van vandaag al bekend, of heb jij nog iets om aan te werken?” Senaid schudt langzaam zijn hoofd. “Nee, er is niks meer”. Hij kijkt Maarten met een lege blik aan. “Er is niks. Geen conflicten, geen bosbranden in Australië, geen rellen, geen schandalen. Niet eens een weggelopen hond. Niks”. “He?! Hoe dan?” vraagt Maarten. En terwijl hij zijn schouders ophaalt zegt Senaid bijna vertwijfeld “Ik weet het niet. Niemand weet het. Het is overal zo”.

Op de schermen in de nieuwsruimte zijn geen kaarten met frontlinies of zwart-wit filmpjes met bominslagen te zien. Er is zelfs geen persbijeenkomst vanuit het Witte Huis. Geen politieactie vannacht in de stad. Waar anders het nieuws vanaf spat is nu een uitzending van de Visdeurbel te zien, een ooievaar die rustig broedend op zijn nest zit en een foto van toeristen in een wit tulpenveld. Geen hectiek. Geen bedrijvigheid. Er is niets om een journalist of persfotograaf met spoed voor op pad te sturen om verslag van te doen.

‘s Avonds belt Maarten zijn zus. “Wat fijn dat jij vandaag de vuurlinie niet in hoefde! Toen jevorige week verslag deed van die rellen bij het AZC heb ik de hele nacht niet geslapen!” Maarten zucht. Hij weet dat ze bezorgd is als hij eropuit gestuurd wordt. Maar het is zijn werk, zijn passie. Iets wat zij maar niet lijkt te kunnen begrijpen. “Is het niet geweldig?” zegt ze. “Geen oorlog meer. Geen angst. Een droom die werkelijkheid is geworden!” Ze vraagt zich niet eens af hoe dit zo ineens is gekomen. Waarom zou ze? Zegt ze. Het is toch goed zo? Hij moet niet zo’n zuurpruim zijn. Ze ratelt maar door over hoe mooi het allemaal is. Het gesprek lijkt een eeuwigheid te duren. En dit keer krijgt hij geen nieuwsopdracht waarmee hij hun gesprek zonder schuldgevoel kan afbreken.

De dagen erna blijft het rustig. Woorden als oorlog, dreiging en conflict lijken hun betekenis te hebben verloren. Ze zijn als fossielen uit een lang vervlogen tijd. De wereld kabbelt door. De zon is aangenaam maar Maarten merkt het niet eens meer. Wat voelt hij eigenlijk nog? De muziek klinkt vlakker. De films die hij kijkt zijn voorspelbaar. De boeken die hij leest lopen allemaal goed af. De wereld voelt vlak, dof, kleurloos. Alsof passie en verlangen samen met de oorlog en het conflict zijn verdwenen.


Die nacht kan Maarten de slaap niet vatten. Het is half drie als hij zijn telefoon pakt. Nog steeds geen nieuws om te verslaan. Er knaagt iets in hem. Een honger naar iets waar hij naar verlangt. Iets wat hij kwijt is. Wat verlies je eigenlijk als alles perfect is? Hij denkt aan de spanning bij de rellen die hij vorige week versloeg. Aan de uitslaande brand begin van de maand, midden in de nacht. En begin dit jaar, toen hij samen met Sjoerd nog aan de frontlinie was. Het vervult hem niet met verlangen naar het lijden maar naar de betekenis diedaaruit naar voren kwam. De gesprekken, de moed, de keuzes die ertoe deden.

Haast als verdoofd loopt hij ‘s ochtends naar kantoor. De zon schijnt op zijn huid. De stad is stil. Hij kijkt opzij. Zijn gezicht wordt weerspiegelt in een etalageruit. Hij blijft staan en kijkt indringend naar zijn evenbeeld. “Dit is niet genoeg” fluistert hij. En dat is precies het probleem.

Mail de redactie
Meld een correctie

Cécile Dekkers
Deel dit artikel via:
advertentie