Amerika
17 augustus 2024 om 08:53 Overig Baarnse Literatuurprijs,,Het wordt ook steeds gekker met jou”, hijgt Jacob als hij de twee grote koffers naar binnen sjouwt. Ik zie een mix van vermaak en ergernis op zijn gezicht. Schuldbewust kijk ik naar mijn lege handen en het boekje op mijn schoot. Hij heeft gelijk: ik had best even kunnen helpen de auto leeg te ruimen. Dat was ik ook van plan geweest, maar zoals in elk huis op onze trip door Oost-Amerika was ik ons verblijf gestart met een veiligheidscheck vanuit de ogen van onze vier bruisende kinderen: scherpe hoeken, gevaarlijke hellingen en giftige materialen.
Pas als ik het sein ‘veilig’ zou hebben gegeven, zouden de autodeuren opengaan, zij eruit springen en kon ik in alle rust uitpakken. Alleen: nu had een koffiebruin notitieboekje mijn aandacht getrokken. Het lag, bijna weggecamoufleerd op een ruwe, houten tafel, en doordat ik het tóch ontdekt had, was het een schat geworden met een niet te stuiten aantrekkingskracht.
De koffers raken met een plof de grond als Jacob ze loslaat. ,,Kunnen …?” ,,Ze mogen …”, beginnen we tegelijkertijd en niet veel later dansen ze rond: de jongens buiten, de meiden rond mijn stoel. Ik houd nog net op tijd mijn vondst in de lucht als Fenna met een buiteling van achteren op de rechterleuning belandt. ,,Wat heb je daar, mam?” ,,Een gastenboek, lieverd.”
Ik vang de open, onderzoekende blik van Loïs, de jongste van het stel. ,,Een wat?” Hoe leg ik dit uit aan een kind van zes? ,,We keken toch steeds op internet wat anderen mensen schreven, toen we naar huisjes zochten voor Amerika?” Ze knikt; al onze kinderen hadden de zoektocht van dichtbij gevolgd, niet in het minst omdat hun invloed dan het grootst was. ,,Die stukjes tekst schreef je vroeger niet op internet, maar in zo’n boekje.” Ik streel de kaft.
,,Waarom ligt het dan nu hier; is het heel oud?”, vraagt Loïs verbaasd. ,,Ik weet het niet”, peins ik. ,,Het is in ieder geval van nu, kijk maar.” De datum boven de eerste pagina is van een maand geleden. ,,Ik vind het hier wel passen”, roept Fenna, die nog steeds over me heen hangt. ,,Zo’n houten hut, oranje bloemengordijnen … en dan die muffe lucht! Alles is hier ouderwets.” Ik kijk rond: dit was het enige huisje dat we op de gok geboekt hadden. Er hadden geen reviews op Airbnb gestaan en de verhuurder was nieuw geweest. De ligging aan het meertje, mét kano, de forellen die massaal rond zouden zwemmen en het bos dat rust beloofde: het had ons over de streep getrokken. Ik vond het bij de eerste aanblik al betoverend, maar nu ik door Fenna’s ogen kijk, vermoed ik dat zij even moet wennen.
Ik blader snel door het notitieboekje: de eerste drie bladzijden lijken, gezien het handschrift, afkomstig van oudere huurders. De vierde pagina is versierd met stift en grote stickers van eenden. Verder zijn de pagina’s leeg. Jacobs gestommel klinkt inmiddels boven en ik duw me overeind. ,,Ik ga papa helpen.” Als ik de open trap oploop, zie ik tussen de traptreden door dat Loïs naar buiten huppelt en Fenna het gastenboek van dichterbij bekijkt.
In de badkamer boven staan de ramen op een kier en ik hoor de kreten van de jongens, die Loïs enthousiast verwelkomen en rondleiden in hun nieuw verworven territorium. Als ik de tandenborstels in een beker zet, hoor ik ze alweer binnenstormen: ,,Mogen we onze zwemspullen?” Ik kijk twijfelend naar Jacob. ,,Laat ze maar”, knikt hij. ,,Ze hebben allemaal hun zwemdiploma.” ,,Goed op elkaar letten dan”, stem ik aarzelend toe.
Af en toe zal ik naar buiten kijken. Ik rommel in de koffer op zoek naar hun zwemgoed. Waar ligt dat nu? ,,Hé mam.” ,,Even wachten, Fen. Ik ben bezig.” Het zweet loopt over m’n rug. ,,Maar er staat iets onder de stickers!” ,,Geduld, Fenna, ik kom zo. En niet aan dat boekje pulken; het is niet van ons.” Hebbes. ,,Kom maar”, roep ik naar beneden. Terwijl de jongens met Loïs naar buiten rennen, handdoek over hun arm, maak ik nog gauw de slaapplekken in orde: op elk bed een pyjama, knuffel en boek.
,,Er staan rode driehoeken bij”, klinkt Fenna’s stem weer. ,,Mam?” Een beetje geërgerd roffel ik naar beneden. Fenna’s gevoel voor dramatiek kan ik niet altijd even goed hebben. ,,Wat zei ik nou, Fen? Je kunt toch niet zomaar die stickers eraf trekken?” ,,Maar kijk dan. Het lijkt wel of iemand ze er bewust overheen heeft geplakt.”
Nu heeft ze toch mijn aandacht. Voorzichtig trekt ze de eendenplaatjes verder los en moeizaam vertaal ik: ,,Beste gasten na ons, let alsjeblieft goed op je kinderen. We hebben hier een weekend doorgebracht en betrapten de laatste dag de eigenaar achter een boom, toen onze meiden in het meertje zwommen. We hebben een melding gedaan, maar de politie vond het niet concreet genoeg. Zie je iets raars, bel dan s.v.p. het alarmnummer!”
Ik voel hoe mijn hartslag luider en sneller wordt. ,,Wat staat er, mam?” ,,Jacob”, roep ik zacht en paniekerig en met houterige bewegingen haast ik me naar buiten, waar vanuit het bos een gil aanzwelt.















