De Ketelaere
12 augustus 2023 om 08:31 Kunst Baarnse LiteratuurprijsElke vrijdagavond zit ik in de trein van 23.56 uur, die me van Assen naar Haren brengt. Vanuit Haren pak ik dan mijn fiets naar Glimmen, waar ik me thuis meestal een mooi glas wijn inschenk om het weekend in te luiden. Omdat ik nu al een jaar of twaalf de vrijdagavonddienst draai, heb ik mijn vaste ritme en gewoonten in die trein.
Bij het instappen groet ik de conducteur (dit is de ene week de oude en wat statige heer Bertlink die stiekem bij elk tussenstation de tijd neemt voor een stuk of wat trekjes van zijn sigaar en de andere week is het de net wat minder oude maar nog veel kwiekere mevrouw Jager. Beiden mag ik graag). Vervolgens zoek ik mijn plekje op in de laatste wagon, omdat deze wagon in Haren stil komt te staan vlakbij het paadje waar mijn fiets staat. In deze wagon zitten vrijwel altijd dezelfde acht of negen mensen, ieder op zijn of haar eigen vaste plek. Er worden in de regel weinig woorden gewisseld en ik ga altijd links achterin zitten bij het raam. Schuin tegenover me zit de altijd vrolijke mevrouw De Vries. Zij leest meestal uit een tijdschrift en lacht soms hardop. Aan de andere kant van het gangpad zitten nog twee reisgenoten en verderop in de wagon nog vier of vijf. Er heerst een bijna huiselijke sfeer van herkenning en vastigheid in die laatste wagon van de laatste trein. We kennen elkaar nauwelijks maar we voelen ons op ons gemak bij elkaar.
Het gaf me dan ook een wat ongemakkelijk gevoel toen de man in de bruine leren jas vorige week tegenover me kwam zitten. Hij was een jaar of vijftig, droeg een ouderwetse beige bril en keek me niet aan toen hij plaatsnam. Mevrouw De Vries kwam even later binnenlopen en ging, zij het met een lichte aarzeling naast hem zitten, op haar gebruikelijke plek. Ze zond me ongemerkt een lichte frons als uiting van ongenoegen. De man deed zijn bril af en keek me heel even aan, waarna er een schok door me heen ging. Even vergat ik alles. Om ruimte te maken voor één gedachte: Het is De Ketelaere. Het is hem. Op dat moment vertrok de trein en ontstond er de rust en ontspanning bij de passagiers, zoals dat altijd gebeurde als de trein weer onderweg was naar hun huizen, vrienden en geliefden. Ik was de uitzondering en was op en top gespannen. Mevrouw De Vries pakte haar tijdschrift en begon te lezen. De man pakte zijn telefoon en begon wat berichtjes te typen. De reis was begonnen en ik hoopte dat niemand mijn hevig bonzende hart opmerkte. Ik bleef de man volgen vanuit mijn ooghoeken terwijl ik naar buiten keek. Mijn gedachten leidden mij terug naar die vreselijke gebeurtenissen van ruim twintig jaar geleden.
Nu moet u weten dat ik jarenlang rechercheur ben geweest bij de Dienst Nationale Recherche in België. De Ketelaere was een van mijn eerste zware dossiers die ik als frisse aanwas en beginnend rechercheur op me moest nemen. Ik was al gauw van die frisheid af en ontmoette de harde werkelijkheid toen ik de lichamen in het landhuis in Gent moest onderzoeken. De wreedheid en de ongekende woede van de dader waren onmiskenbaar zichtbaar in de vele steek- en hakwonden die gezamenlijk een einde hadden gemaakt aan drie jonge levens. In de duisternis van het raam van de trein zag ik de schokkende beelden weer voor me en er ging een huivering door me heen. Ik herinnerde me dat we de zaak koortsachtig onderzochten, waarbij ik onderdeel werd van een team van zeker dertig rechercheurs. De brute moorden op de jonge slachtoffers maakten ons vastberaden de wrede dader te vinden. Het verzamelde bewijs was al gauw onweerlegbaar. Alles wees op de butler: Bertram De Ketelaere. Van zijn verhoren herinnerde ik me zijn harde lage basstem, met een lichte slis. Onverschillig en stellig alles ontkennend. Maar zijn veroordeling leek onvermijdbaar. Totdat hij ontsnapte en spoorloos verdween. De man die hier nu tegenover me zat. Uit duizenden zou ik hem herkennen. Voorzichtig bekeek ik hem nog wat beter. Hij keek even op en glimlachte naar me terwijl zijn groene ogen die van mij heel even vasthielden. Een nieuwe huiveringwekkende gedachte ging door mee heen. Wat als hij hier nu expres tegenover me was gaan zitten? Om me uit te dagen of om me van binnen uit te lachen? In België geldt een verjaringstermijn van 20 jaar op moord en sinds begin van dit jaar was daarmee de zaak verjaard. Wat ongemakkelijk begon ik nu van houding te veranderen. Wat moest ik doen? Op dat moment schoven de deuren open en mevrouw Jager stapte binnen.
‘Vervoersbewijzen alstublieft.’
Ze controleerde eerst de kaartjes van de anderen en kwam vervolgens bij ons zitje aan.
‘Vervoersbewijzen alstublieft.’
Gespannen keek ik toe hoe ook De Ketelaere zijn portemonnee pakte.
‘Alsjeblief mop. Appeltje-eitje,’ zei hij met een hoge piepstem en een plat Amsterdams accent, terwijl hij haar zijn kaartje met een brede grijns overhandigde.













