Baarnse literatuurprijs

De allerlaatste keer

15 augustus 2026 om 08:37 Overig Baarnse Literatuurprijs

‘Mark Brouwer, directeur,’ zei hij, terwijl hij naar zichzelf in de badkamerspiegel keek.

Het was nauwelijks voor te stellen dat hij deze woorden na vandaag nooit meer zou uitspreken.

Hij zag het hem zo vertrouwde lijf, wazig zonder zijn bril. Zijn hoofd, dat hij kaalschoor sinds zijn negenentwintigste, toen zijn haar doorschijnend dun begon te worden. In zijn bloed zat nu eenmaal flink wat testosteron – daar hield hij het maar op. Zijn kaaklijn die men met autoriteit en vastberadenheid associeerde. Het bovenlijf dat ondanks alle training flink wat van zijn atletische vorm was kwijtgeraakt – dat was de belangrijkste reden dat hij niet meer naar de sportschool ging, maar in zijn eigen huis een fitnessruimte had ingericht.

Naar de sauna ging hij al langer niet meer.

Hij kleedde zich aan. Altijd minimaal drie lagen. Buitenshuis zag men hem alleen in kostuum; zonder dat voelde hij zich naakt.

‘Hoe laat ben je thuis?’ vroeg Carla.

Ze was een flink stuk jonger dan hij en zag er fantastisch uit.

‘Op de gewone tijd,’ antwoordde hij. Dat kon hij gemakkelijk toezeggen. Hij had haar niet lastiggevallen met zijn zorgen, en vandaag was een dag als alle andere.

De laatste.

Hij stapte in zijn auto, een veertig jaar oude Saab. Hij hield van voorwerpen met een lang leven. Auto, kleding, bril, vulpen… Vaak worden dingen onder invloed van de tijd mooier of bijzonderder. Voor zijn lichaam gold dat niet, maar onder zijn pak bleef dat goed verborgen.

‘Goedemorgen Mieke,’ zei hij tegen de vrouw achter de balie bij de ingang.

De lift, de gang naar zijn kantoor. De lichtknop zat een paar meter van de deur vandaan, verstopt tussen het kopieerapparaat en een stapel dozen. Ondanks de duisternis wist hij hem feilloos te vinden.

Verwarming opendraaien, koffiemachine aan, computer opstarten, jas aan de kapstok – dit was altijd al de volgorde geweest. Water van de koffiemachine bijvullen, koffiebonen aanvullen, kop omspoelen met heet water, zijn eerste kop koffie.

Zijn telefoon op stil zetten – hij vond het fijn om ’s ochtends een paar uur achtereen te kunnen werken zonder te worden gestoord. Heel soms vergat hij dat. Het telefoontje dat zijn toekomst overhoop had gehaald, was op zo’n ochtend gekomen. Niet alles liet zich onder een pak verbergen.

Zijn e-mail checken - in dit onderdeel van zijn ochtendroutine was een paar dagen geleden een verandering geslopen: hij bekeek alleen nog zijn werkmail, niet zijn privémail. Het was zaak om alles te vermijden wat hem aan het twijfelen zou kunnen brengen.

Van achter zijn bureau kon hij iedereen zien die binnenkwam.

Hij groette Michelle, die als eerste arriveerde. ‘Was het een leuke voorstelling gisteravond?’

Daarna volgde Mark.

‘Voel je je vandaag beter dan gisteren?’

Pascale.

‘Ben je al aan dat boek begonnen?’

Voor iedereen had hij een paar woorden, het ging hem goed af. Niemand zou iets aan hem merken.

Marjolein.

‘Heb je die afspraak nog afgezegd?’ Voor vandaag had een lege agenda hem beter geleken.

Zittend aan zijn bureau bekeek hij het lijstje met taken voor vandaag. Toen hij hier jaren geleden begon, waren er nog nauwelijks computers. Nu konden ze niet meer zonder, maar zijn takenlijstjes was hij altijd op papier blijven maken. Hij gebruikte daarvoor een aantekenboekje, waarin elke dag zijn eigen pagina had. Taken waaraan hij niet was toegekomen, voegde hij vlak voordat hij naar huis ging toe aan die voor de volgende dag. Het was een opmerkelijk toeval dat hij met zijn taken voor vandaag juist op de allerlaatste bladzijde was uitgekomen. Het volgende boekje lag al klaar. Dat had hij een paar weken geleden gekocht, toen hij nog geen weet had van de gebeurtenis die eraan zat te komen.

Geconcentreerd ging hij aan het werk. Een paar e-mails, wat telefoontjes, een aantal documenten waarvan hij iets moest vinden, wat stukken om te ondertekenen.

Met zijn vulpen zette hij een vinkje bij elke taak die hij afrondde.

‘Marcel?’

Hij had Marjolein niet horen binnenkomen.

‘Hm?’

‘Engelsman wil je spreken?’

Engelsman was de voorzitter van de Raad van Commissarissen. ‘Nu? Waarover?’

‘Geen idee. Hij zegt dat het dringend is.’

Voor Engelsman waren de dingen altijd dringend. ‘Kan het niet tot morgen wachten?’

Zijn stem klonk zelfverzekerd als altijd. Het zou Marjolein niet opvallen dat hij was geschrokken. Het was gewoon een ongelukkig toeval. Engelsman kon nog niets hebben gehoord.

In de aangrenzende ruimte hoorde hij Marjolein door de telefoon zijn vraag herhalen. Toen, hardop tegen hem: ‘Morgen om negen uur.’

Gelukkig.

Door met het lijstje.

Aan het einde van de dag was hij door al zijn taken heen. Hij weerstond de neiging om in het nieuwe boekje alvast de taken voor morgen op een rijtje te zetten. Hij gebruikte de laatste minuten om zijn gedachten onder controle te brengen; straks kon hij alleen nog maar afwachten.

Zoals altijd ging hij als laatste weg. Hij sloot zijn computer af, draaide de verwarming laag, zette de koffiemachine uit, waste zijn koffiemok af.

Deed het licht uit.

‘Nog plannen voor vanavond?’ vroeg Mieke van achter de balie.

‘Voor vanavond niet,’ antwoordde hij naar waarheid en verliet voor de allerlaatste keer dit gebouw.

rprijs.nl

Mail de redactie
Meld een correctie

Christine Schut
Deel dit artikel via:
advertentie