Baarnse literatuurprijs

Water stroomt en mensen varen

15 augustus 2026 om 08:39 Overig Baarnse Literatuurprijs

(Mizo no nagare to hito no yukue)

“Water stroomt, Susumu-san…” zuchtte Hisashi.
Hij prikte zijn roeispanen in het spiegelgladde water van de Motoyama, en sleurde zijn bootje weer een paar meter vooruit. Zijn rug en onderarmen protesteerden, maar dat deden ze al jaren, elke haal opnieuw.
“... en mensen varen.”

“Maar ik dus morgen niet meer hè, Hisashi-senpai,” antwoordde zijn passagier, hoofd keurig gebogen, maar met een trots trekje om zijn mondhoeken. Nee, Hisashi hoefde die wijsneus de betekenis van zijn uitdrukking niet uit te leggen. Hij roeide in hetzelfde ritme door, maar kon zijn eigen glimlach toch niet helemaal onderdrukken.

Die lach verdween enkele halen later, toen de oranje gloed van de avondzon iets nieuws in de blik van Susumu onthulde. Bezorgdheid?
Het was Susumu die de stilte eerst vulde: “De fabriek zoekt altijd mensen, dat weet je hè…”
Hisashi knikte.
Susumu knikte terug, friemelde wat aan zijn overhemd, en pakte zijn dagboek erbij, zoals hij iedere dag had gedaan de afgelopen jaren. Een wijsneus, maar een goede jongen.

Met elke haal kwam hun bootje verder los van het lawaai van de stad. Drukke markten verstilden tot rustige kades. Terwijl Susumu driftig in zijn boekje schreef, vond Hisashi zijn eigen ritme.

Een roeier als Hisashi keek alleen vooruit wanneer dat moest. Hij had genoeg aan de rimpels achter zijn bootje, en de verhalen van zijn passagiers. Die kwamen en gingen toch wel: ooit enkel boeren, later ook monniken, en in recente jaren steeds meer fabrieksarbeiders, geisha’s en mannen in pak. Het klopte dat Susumu zijn belangrijkste vaste klant was, maar zou die nieuwe tramverbinding echt zo’n verschil maken? Zou hij de riemen eindelijk neer moeten leggen? En wat dan? De fabriek in? Op zijn leeftijd? En moest hij dan ook zo’n dagboek vol gaan liegen?

Eenmaal de volgende bocht om, lag de stad echt achter hen, en waren er slechts rijstplantages zover het oog reikte. Het was het begin van het oogstseizoen, en de planten wierpen lange schaduwen. De wind had hier vrij baan, en suisde door de velden. Hisashi blikte over zijn schouder om goed uit te komen, en zag Susumu’s boerderij al liggen in de volgende bocht. Hij lag op koers.

“Maakt u zich nou echt geen zorgen, Hisashi-san?” klonk de stem van Susumu plots.
Hun blikken vonden elkaar kort.
Hisashi ontweek eerst, en vond een comfortabeler punt op de horizon om naar te staren. Zijn passagier boog zijn hoofd licht omlaag. Een blos vormde op zijn wangen. “Mijn vrouw zoekt in de komende maanden ook altijd handjes voor de oogst.”
In de verte klonk het gebrom van vliegtuigen.
“Susumu…” stamelde Hisashi. “Met mij komt het wel goed. Maar dankjewel.”

Het bootje naderde de aanlegsteiger. Hisashi dacht na over zijn afscheidswoorden aan Susumu. Hij zou hem gaan missen. Die jongen, in al zijn onbezonnenheid, had veel goeds in hem. Hij wilde hem vertellen dat verandering van alle tijden was, en dat hij steeds zijn weg wel had gevonden. Gevaarlijker vond hij de zogenaamd eeuwigdurende en onveranderlijke dingen in het leven - zoals de glorie van Japan. Over dat alles zou hij natuurlijk niks zeggen. Dat was pas gevaarlijk deze dagen. 

Hisashi liet het bootje lopen, en stak zijn hand buitenboord. Eelt vond steigerhout, en het bootje kwam tot stilstand.
Susumu stond op, stapte uit, en wendde zich tot Hisashi. “Wilt u anders mee-eten vanavond?”
De wind was weer even gaan liggen. Kort was de Motoyama rimpelvrij.

Hisashi’s hele afscheidsspeech ontschoot hem. In plaats daarvan knikte hij, pakte hij het touw bij zijn voeten, en knoopte hij de boot aan de steiger vast.
“Mijn vrouw kookt toch altijd te veel,” lachte Susumu.
Met tegensputterende onderrug stapte Hisashi die avond zijn bootje uit.

Ze aten. Ze dronken. Ze bleven langer zitten. Te lang eigenlijk, voor een jonge man die vroeg op moest en een oude roeier die niet wist waar hij de volgende ochtend zou dobberen.

Het was vijf augustus 1945.
Een zwoele avond, op een boerderij aan het water, op roeiafstand van Hiroshima.

Mail de redactie
Meld een correctie

Christine Schut
Deel dit artikel via:
advertentie