Zebrakind
15 augustus 2026 om 08:40 Overig Baarnse LiteratuurprijsSinds een paar jaar haat hij feestdagen. Om precies te zijn sinds 17 november 2021, de dag waarop drie, ineens twee werd. Als hij die ochtend beneden komt en de deur van de woonkamer opendoet, ziet hij dat ze de kleurrijke vlaggenlijn, ooit zelf gemaakt van restjes versleten kleding, al heeft opgehangen. De tafel is gedekt met het oude vergeelde tafelkleed en op zijn bord ligt een heuse croissant.
Ze begroet hem met een glimlach waarbij alleen haar mondhoeken opkrullen. Haar ogen zijn dof en laten het dit keer afweten. Uitgelogd als een mobiel zonder wifi.
‘Gefeliciteerd jongen,’ fluistert ze, terwijl ze haar beide ranke armen stevig om hem heen slaat. Een vaalgroene trui, gekregen van een vriendin, verhult haar tengere figuur.
‘Veertien al weer, wat gaat de tijd toch snel.’ Even houdt ze zijn gezicht in haar beide handen en kijkt hem met vol bewondering aan. ‘Ik ben zo trots op je,’ zegt ze. ‘Hoe mooi je wordt en hoe slim je bent.‘ Ze geeft hem een kus. ‘Je vader zou ook supertrots op je zijn geweest. Dat weet ik zeker.’ Hij slikt. Even staan ze stil tegenover elkaar als zijn blik onbewust afdwaalt naar het pakje op tafel.
Stiekem hoopt hij op een iPhone, een smartwatch of een exclusief paar zwart-witte sneakers van Dolce & Gabbana, zoals Tom die laatst van zijn vader kreeg. Zomaar, omdat die in een gulle bui was. Later zal hij ook zo’n vader zijn, neemt hij zich voor.
Een snelle scan van het pakje op tafel, brengt hem razendsnel terug in zijn eigen rauwe werkelijkheid. Het is geen doos, dat zie je zo.
‘Voor jou,’ zegt ze met een lichte trilling in haar stem. Hij gaat aan tafel zitten en maakt vol verwachting het pakje open, dat zacht en vormloos aanvoelt. Het is een gebreide trui. Zwart, zijn lievelingskleur, dat dan wel. Ineens begrijpt hij waarom ze de laatste weken zo laat naar bed ging om daarna uitgeput en snikkend in slaap te vallen. Haar te horen huilen, overspoelde hem met een golf van onmacht, waaraan hij niet kan ontsnappen.
‘Mam, wat lief!’ Hij doet zijn uiterste best om zijn stem blij te laten klinken.
‘Trek hem eens aan, dan kunnen we zien of hij past.’
Hij trekt de trui over zijn hoofd en steekt zijn armen door de wijde mouwen. De wol prikt als een gek in zijn huid, maar ach, wat maakt het uit. Hij is warm en hij past perfect.
Als hij uit school komt, staan ze er weer. Maik en Yasin, de twee oudere jongens, van de school een paar straten verderop. Zijn moeder vroeg hem, zich niet met hen in te laten en eigenlijk mag hij ze ook niet, maar ze hebben werk dat blijkbaar goed verdient. Maik rijdt sinds kort op een splinternieuwe fatbike en Yasin draagt kleren die je alleen in de dure modezaken ziet. Normaal loopt hij met een grote boog om de jongens heen, maar vandaag vertraagt zijn pas. In gedachten ziet hij het grauwe magere gezicht van zijn moeder. Zijn lieve moeder die zo knetterhard haar best doet. Tranen prikken achter zijn ogen.
‘Klusje doen?’ vraagt Yasin die een opening ziet, als een leeuw die zijn prooi in het vizier heeft.
‘Wat voor klus?’
‘Pakjes bezorgen. Tien euro per pakje. En als het goed gaat, krijg je meer. ‘
Die middag fietst hij, in de stromende regen, door de stad met in zijn rugzak vier kleine pakketjes, in een discrete verpakking. De adressen kreeg hij op een briefje en Yasin gaf hem heldere instructies. Zorg dat je niet opvalt. Verlies de pakjes nooit uit het oog. Geef ze altijd persoonlijk af en ga met niemand in gesprek.
Hij weet dondersgoed wat er in de pakjes zit. Hij is niet gek. Eigenlijk wil hij hier niet aan meewerken, maar als zijn moeder instort, zal ook hij kopje onder gaan. ‘Eén ouder verliezen is genoeg,’ mompelt hij in gedachten, terwijl hij zijn fiets voor een portiekflat parkeert. Hij zal dit werk maar tijdelijk doen, tot hij oud genoeg is voor een échte baan, als vakkenvuller in de supermarkt.
Met zijn hart in zijn keel, loopt hij langs de verschillende voordeuren. Bij het opgegeven nummer belt hij aan. Hij trekt zijn capuchon nog iets verder over zijn hoofd, kijkt schichtig om zich heen en haalt met trillende vingers het pakje uit zijn doorweekte rugzak. Achter de voordeur klinken sloffende voetstappen die langzaam dichterbij komen. Hij hoort gekuch en het geblaf van een grote hond. Een sleutel wordt in het slot gestoken, de deur wordt ontgrendeld. Tergend langzaam gaat de deur open en er verschijnt een bleke, magere man in de deuropening, stevig leunend op een wandelstok. Achter hem, in de gang, staat onder de verwarming een exclusief paar zwart-witte sneakers van Dolce & Gabbana.












