Baarnse literatuurprijs

De vlucht

15 augustus 2026 om 08:34 Overig Baarnse Literatuurprijs

07:15.

Haar ogen net open.

Naast haar ligt een kussen gladgestreken, koud.

Zijn voetstappen verdwijnen al vroeg de trap af, tegenwoordig ook op zondag.

Zijn ochtend begint met koffie en krantenpapier.

Zij trekt het dekbed over haar schouder.

Vroeger bleven ze juist op zondag samen in bed. Een dienblad met koffie en broodjes. Gesprekken die nergens heen hoefden.

Het vroege licht valt de kamer binnen.

Ze staart naar boven.

Geen wekker vandaag. Geen planning. Geen haast.

De gedachte komt langzaam en zacht binnen.

Is dit het nou?

Beneden schuift een stoel. Een kastdeurtje gaat open. Het gerinkel van kopjes.

Ze draait zich op haar zij. In de onderste la van haar nachtkastje ligt een oud dagboekje. Soms schuift ze de la een stukje open, alleen om de rand te zien. Alsof het bewijs is dat die andere versie van haar ooit echt heeft bestaan.

Drieëntwintig was ze. Ze wilde Spaans leren. Een jaar naar Sevilla. Ze had de reis al uitgestippeld in haar gedachten. Ze wist in welke straatjes ze zou verdwalen, op welk plein ze koffie zou drinken. Ze zag zichzelf al lopen door smalle stegen, zon op haar huid, woorden in een andere taal die vanzelf uit haar mond rolden.

“Morgen boek ik de reis,” had ze gezegd.

Morgen werd volgende maand.

Volgende maand werd volgend jaar.

Toen kwam er een andere baan. Een huis. Een zwangerschap. Nog één. Geen verkeerde keuzes. Geen drama. Gewoon het leven dat zich rustig beslist ontvouwde.

Eén dochter woont inmiddels op zichzelf. Een kleine studio in de stad. Ze stuurt haar foto’s van markten, nieuwe vrienden, maaltijden die half mislukken die toch trots worden gedeeld.

De jongste woont nog thuis. Haar deur, Iets verder op de hal, is dicht. Dit weekend is ze bij haar vriend.

Van de week zei ze aan tafel:

“Misschien ga ik volgend jaar studeren. Gewoon ergens anders. In een nieuwe stad.”

Ze had geknikt. “Dat moet je doen.”

Terwijl ze het zei, voelde ze iets verschuiven. Niet omdat ze haar kwijt zou raken. Omdat ze zichzelf ooit ook zo had horen praten.

Beneden het droge geritsel van krantenpapier.

Wanneer zijn zij en haar man eigenlijk gestopt met samen wakker worden?

Er was geen ruzie. Geen klap met deuren. Het begon met zijn nieuwe functie, vroegere ochtenden. Daarna haar lichte slaap.

“Blijf jij maar liggen,” had hij gezegd.

Praktisch. Lief zelfs.

En ergens tussen praktische ochtenden en stille zondagen zijn ze elkaar kwijtgeraakt in het begin van de dag.

Ze mist hem niet eens echt naast zich. Dat is misschien het meest verwarrend. Ze mist het gevoel dat Iets haar kon verrassen.

Ze slaat de dekens terug en gaat rechtop zitten. De stilte van zondag voelt anders dan doordeweeks. Zwaarder. Er is geen afleiding om zich achter te verschuilen.

Ze weet precies wie wat nodig heeft.

Ze weet wanneer hij stilte wil.

Wanneer haar dochter advies wil.

Wanneer ze beter niets kan zeggen.

Ze weet veel.

Alleen weet ze niet meer zo goed wat zij zelf wil.

Soms fantaseert ze dat ze gewoon opstaat en de deur uitloopt. Gewoon om te gaan. Zonder uitleg. Zonder boodschappenlijstje in haar hoofd. Zonder rekening te houden met wie wanneer thuiskomt. Zonder steeds te moeten voldoen aan ieders verwachtingen.

Koffie drinken in een café waar niemand haar kent.

Een boek lezen zonder op de klok te kijken.

Een andere taal spreken.

Vrij.

Niet groots.

Gewoon vrij.

Het is geen ontevredenheid. Ze houdt van haar gezin. Van dit huis. Zelfs van zondagochtenden.

Het voortdurende afstemmen put haar uit.

Moe van zorgen voordat iemand erom vraagt.

Op haar telefoon staat een conceptmail van een reservering. Gisteravond opgezocht: een vlucht naar Sevilla.

Ze opent het bericht. Laat haar ogen over de regels gaan. Een blauwe knop, opvallend fel, met de dikgedrukte letters Bevestiging.

Beneden klinkt zijn stem, zacht, pratend tegen het nieuws.

Straks zal de dag beginnen zoals alle zondagen. Ontbijt. Misschien een wandeling. Boodschappen. Gewoon.

Ze trekt haar badjas dicht en kijkt uit het raam. De straat is bijna leeg. Een man laat zijn hond uit. Iemand fietst langs.

Alles beweegt. Zelfs op zondag.

Wanneer is zij gestopt met ergens heen bewegen?

Ze gaat op de rand van het bed zitten. Haar duim zweeft boven het scherm.

Gewoon een nieuw begin.

Of misschien ook niet.

Beneden valt een deur dicht.

Ze ademt diep in.

Het wordt niet vanzelf anders.

Misschien moet zij dat zijn.

Haar vinger rust op het scherm.

Eén beweging is genoeg.

Mail de redactie
Meld een correctie

Christine Schut
Deel dit artikel via:
advertentie