
Altviolist Titus van Rijn: ‘Muziek is van iedereen’
5 mei 2025 om 20:45 Muziek MuziekluikBAARN De bomen staan in bloei en de zon schijnt als ik hartje Baarn van mijn fiets afstap voor een wit huis met rood-witte luikjes en kleine ruitjes waar de muzikale familie Van Rijn woont. Titus van Rijn is zeventien. Hij speelt altviool, fietst iedere dag naar zijn school in Hilversum, speelt in verschillende jeugdensembles en volgt ook nog een extra muziekopleiding.
door Ewa Maria Wagner
Deze dagen zijn bijzonder spannend voor Titus als altviolist.
Wat houdt je op dit moment bezig?
,,Behalve mijn muziekstudie aan de Academie en in orkesten speel ik ook in het Merula Kwartet. We zijn met vier jongens, allemaal jonge talenten: Jacob Callot (viool), Quinten de Graaf (viool) en Felix Callot (cello) en ik. In maart wonnen we de eerste prijs van de halve finale van regio Zuid van het Prinses Christina Klassiek Concours. Naast de eerste prijs ontvingen we ook de Ensemble Masterclass Prijs en de Willem Twee Toonzaal Prijs. Dat alles kwalificeert ons voor de deelname aan de Nationale Halve Finale op zondag 27 april in de Stadsgehoorzaal in Leiden.”
Het Merula Kwartet, vertel...
,,We ontmoetten elkaar op de zomercursus van Woudschoten afgelopen zomer. We hadden meteen een klik. Sindsdien spelen we samen.”
Wat betekent ‘Merula’?
,,Het is Latijn voor merel, de vogel. Een mooie vondst van Quinten, één van onze violisten. De merel heeft iets speels, maar ook melancholisch, dat past goed bij ons. Maar er was ook een Italiaanse componist met die naam: Tarquinio Merula. Ik geloof dat hij in de zestiende eeuw leefde. Hij was ook violist, net zoals mijn beide ouders.”
Jij bent ook op de viool begonnen, toch?
,,Klopt. Mijn moeder gaf me op m’n vierde les, maar dat werkte niet zo goed. Ik had een aandachtsspanne van een kwartier en wilde dan weer buiten spelen.”
,,Daarna volgde ik les bij Liora Ish-Hurwitz, een fantastische pedagoge. Maar toen drie jaar later Carel, mijn jongere broer, cellolessen kreeg, wilde ik ook cello spelen. Dat vond zijn cellolerares, Ellis, geen goed idee. Ik was ouder en leerde sneller, dat zou niet goed voor Carel zijn. Ik was inmiddels acht en wilde toch iets anders spelen dan mijn ouders en deed er toen maar altviool bij Liora bij. Na verloop van tijd speelde ik liever op de altviool dan op viool. Altviool heeft een diepere, warmere toon dan viool, je kunt er meer contrasten mee maken. Dat vond ik meteen intrigerend. Uiteindelijk was voor mij op mijn veertiende een altviooldocent verstandiger dan een viooldocent. Ik heb de altviool nooit meer losgelaten, het was de beste keus en ik ben superblij met Annemarie Konijnenburg, altvioliste en docente op het Conservatorium in Utrecht. Annemarie speelt ook in het Radio Filharmonisch Orkest, waar mijn vader concertmeester is.”
Musiceer je ook samen met je gezin?
,,Ja, er werd geoefend, samengespeeld, geluisterd. Als kind vond ik dat heel normaal. Ik weet nog dat ik het geluid van een stemmende viool kon koppelen aan een gevoel van thuiskomen. Dat is nu misschien wel nostalgie. Carel speelt geen cello meer, op dit moment is voetbal zijn passie. Voordat mijn moeder een schouderblessure opliep, hebben we af en toe terzetten gespeeld, maar nu heb ik zelf ook niet zo veel tijd meer.
Hoe ziet je week eruit?
,,Vrij druk. School in Hilversum, oefenen, kwartetrepetities. Ik zit op het Gemeentelijk Gymnasium, maar eigenlijk staat mijn hoofd vooral naar muziek. Ik volg ook nog muzieklessen aan de Academie Muzikaal Talent in Utrecht en repeteer met het Amersfoorts Jeugdorkest. Recent had ik een extreem drukke dag. Ons kwartet kreeg les met begeleiding in Tilburg, daarna hebben we overnacht in Zeeland in een huis van de ouders van Quinten, want de volgende ochtend moesten we in België optreden. Ik weet nu de naam van het dorpje niet meer, maar het was een concert in een kerkje. Dat was uitzonderlijk, maar mijn week bestaat vaak uit repetitiedagen, concerten en school.”
Heb je ook prijzen buiten het kwartet om gewonnen?
,,Ja, de aanmoedigingsprijs bij het Britten Concours, met de altvioolsonate van Rebecca Clarke. Daar hoorde ook een kamermuziekcursus in Noordwijk bij; heel leerzaam.”
En hoe voelt het als je speelt?
(Pauzeerd:) ,,Moeilijk te zeggen. Soms ben ik zelf ontroerd, dat een stuk ineens binnenkomt. Of dat je samen in een kwartet zo’n magisch moment hebt. Dat gebeurt niet vaak, maar áls het gebeurt motiveert me dat enorm.”
Je leeft echt in muziek. Heb je ook andere hobby’s?
(Lachend:) ,,Niet echt. Soms kijk ik naar een film, maar ik heb weinig tijd over. Alles gaat naar school en muziek. Ik luister wel veel, ook naar klassieke muziek, dus dan ben ik alsnog bezig. Sporten is ook niet aan mij besteed. Mijn broertje Carel is wel sportief, haha, hij voetbalt liever dan cello spelen. Wij speelden vroeger als gezin af en toe voor het plezier samen, maar nu niet meer. De helft van het Merula Kwartet woont in België, dus reis ik ook veel. Mijn ouders helpen natuurlijk met alles mee, want zonder hen zou het praktisch niet lukken. Maar het is ook fijn om langzaam zelfstandiger te worden.”
Kamermuziek of solospelen: wat ligt je meer?
,,Kamermuziek, absoluut. Samen zoeken naar een gezamenlijke klank, de harmonie, het verhaal. Dat vind ik mooier dan in je eentje op een podium staan. Al is dat soms ook leuk, hoor.”
En school?
,,Tsja… Ik doe het, omdat het moet. Ik heb weinig motivatie voor vakken waar ik later niets mee ga doen. Ik ben van plan later naar het conservatorium te gaan, dus moet ik het gymnasium afmaken, maar soms zit school de muziek in de weg.”
Waar droom je van?
,,Ik zou later graag een combinatie willen: spelen in een orkest, kamermuziek maken, misschien af en toe soleren. Maar zoals gezegd: eerst maar eens naar het conservatorium. Ik vind het jammer dat muziek niet standaard een vak is op school. Muziek is van allemaal, het hoort bij het leven. Jammer dat de bezuinigingen het muziekleven steeds meer beperken.”
Je naam, Titus van Rijn, roept natuurlijk associaties op met Rembrandt.
(Grijnzend:) ,,Ja, daar word ik vaak op aangesproken. Mijn ouders kwamen er pas ná de geboorte achter. Geen opzet dus. Maar ik vind het wel grappig.”
Wat zou je tegen andere jonge muzikanten willen zeggen?
,,Dat je moet luisteren naar wat je zelf wilt. En dat je jezelf niet hoeft te vergelijken met anderen. Iedereen groeit in z’n eigen tempo. Het gaat erom dat je de liefde voor muziek niet verliest.”




















