Mevrouw Van Gurp werd in maart in de raadszaal van het gemeentehuis in Baarn Koninklijk onderscheiden door burgemeester Mark Röell.
Mevrouw Van Gurp werd in maart in de raadszaal van het gemeentehuis in Baarn Koninklijk onderscheiden door burgemeester Mark Röell. Caspar Huurdeman

Verzetsstrijder Willemijn Petroff-van Gurp (102) overleden

Historie

BAARN In Huize Bloemendael in Baarn is zondag verzetsstrijder Wil Petroff-van Gurp op 102-jarige leeftijd overleden. Op 9 maart ontving zij nog een koninklijke onderscheiding van burgemeester Mark Röell. Wim Velthuizen schreef onderstaand In Memoriam over haar leven.

In Memoriam 

Wil werd geboren op 8-11-1918 in een groot, streng gereformeerd gezin in Den Haag. Op haar 24e ging ze zelfstandig wonen. Ze zag de Duitse bezetting als een groot onrecht. Daarom sloot ze zich aan bij een verzetsgroep en deed lang koerierswerk. Die verzetsgroep groep hield zich onder meer bezig met hulp aan onderduikers (LO) en hoorde tot de landelijke knokploegen.

Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden werd ze in juni 1944 door de SS gepakt en opgesloten in de beruchte Scheveningse gevangenis, die de erenaam ‘Oranje Hotel’ had gekregen. Ook de Baarnaar Lodewijk van Hamel heeft er gezeten. Na een week werd ze overgebracht naar de ‘Scheveningse barak’ in Kamp Vught. Deze gevangenen kregen minder eten en werden strenger behandeld dan de anderen.

Intussen rukten de geallieerde troepen op vanuit Normandië. Op 5 september 1944 hoopten haar medeverzetsstrijders, die niet wisten waar Wil zat, dat ze vrij zou komen. Maar deze ‘Dolle Dinsdag’ werd geen Bevrijdingsdag. De volgende dag werd Willemijn met andere Nederlanders naar het vrouwenkamp Ravensbrück gevoerd. Hoewel ze ziek was, werd ze toch met een aantal Nederlandse vrouwen naar een werkkamp bij Dachau getransporteerd. Het werkkamp kreeg de naam AGFA omdat in de vroegere AGFA-fabriek onderdelen voor vliegtuigen en ander oorlogsmaterieel werden gemaakt en gemonteerd. ’s Avonds en ‘s nachts werden de vrouwen ondergebracht in een niet verwarmd en tochtig gebouw, waarvan de meeste ramen door bombardementen gebroken waren. 

Toen de Duitsers in april 1945 begrepen dat de oorlog verloren was en dat de geallieerde legers dichter bij kwamen, werden de concentratiekampen ontruimd. Ook het AGFA Lager. De vrouwen werden, gekleed in schamele jurken naar een onbekende bestemming gemarcheerd. Aangekomen in het plaatsje Wolfratshausen konden de vrouwen de nacht in een hooiberg doorbrengen. De volgende dag klonk het al vroeg ‘aufstehen, weiter gehen’. De vrouwen weigerden en zeiden: ,,schiet ons maar dood, we kunnen niet verder.” De sergeant wist niet wat hij er mee aan moest en stuurde een soldaat naar zijn commandant. Intussen kwamen de eerste Amerikanen het dorp binnen. Die wisten niet wat ze zagen toen ze bij de vrouwen aankwamen. Ze zeiden dat de vrouwen maar in de winkels moesten kijken naar behoorlijke kleding. De dorpelingen konden niet anders dan dat toestaan. In de lokale krant stond geschreven dat de ‘Amerikaanse hoeren’ de winkels plunderden.

Na veel omzwervingen kwam Willemijn weer terug in Nederland. Uiteindelijk vond ze werk als secretaresse bij Philips Grammofoonplaten Industrie in Baarn. Waar ze lid – en later secretaris - werd van de personeelsvereniging, de tennisclub Phonosmash.

Ze woonde de laatste jaren in Huize Bloemendael bij de Wilhelminavijver. Kort geleden werd ze onderscheiden als ridder in de orde van Oranje Nassau.

door Wim Velthuizen

advertentie