'Lopend door de straten van Baarn, straalt van alle kanten licht op ons af. De sterren van de kerststallen wijzen ons een weg.'
'Lopend door de straten van Baarn, straalt van alle kanten licht op ons af. De sterren van de kerststallen wijzen ons een weg.' Caspar Huurdeman

Kerstoverweging: Herders weten van nacht, van donker in hun leven

24 december 2023 om 16:52 hartenziel

Romantische, knusse en nostalgische laagjes. En je kunt erin schuilen, in die sfeer. Op het oog een vredig tafereel maar het is wel temidden van chaos. Het decor van dit geboorteverhaal is allesbehalve vredig.

Het is nacht vertelt de evangelist Lucas. Beeld in de bijbel voor een tijd waarin mensen hun toekomst niet zeker zijn. In dit geval heeft dat te maken met de keizer die aan de macht is. Zijn naam is Augustus. Een harde is hij. Zijn wil is wet. En Lucas vertelt welke invloed dat heeft op het persoonlijke leven van mensen, als zo iemand macht krijgt, die zegt: jij hoort hier thuis, maar jij moet gaan. Op zijn bevel, moeten mensen hun huizen uit, hun spullen pakken.

Ze moeten hun spullen op een ezel laden of zelf dragen en ze gaan. Gezond, ziek, zwanger, oud, jong. Ook een herkenbaar decor, voor ons in onze dagen: van mensen op de vlucht. Omdat iemand bepaalt dat er voor hen geen plaats meer is.

Zo gingen Jozef en Maria gedwongen op reis. En ze kregen hun kind zonder hulp erbij. Er kwamen mensen van buiten op bezoek. Zoals die paar herders in het veld. Randfiguren, ongure types, zo werden herders in die dagen gezien.

Ik zie ze anders. Ze hebben in mijn hart een speciaal plekje gekregen, die herders. Mensen als zij weten van nacht, van donker, van winter in hun leven. Vrije vogels zijn het, altijd buiten. Als geen ander voelen en doorstaan zij de seizoenen. Dat hebben ze geleerd.

Ik dacht, misschien dat die herders wel staan voor een kant in onszelf? Die kant in ons die worstelt met de zorgen van onze tijd, die kant in mensen die verlangen naar een open hemel, naar de geur van buiten, vonken licht, sterren, tegen een gitzwarte hemel. Ik zie ze voor me, als mensen bij wie het verdriet van deze tijd ook onder hun huid is gekropen, maar wie in de stilte van de nacht, dat rond het vuur met elkaar delen.

Ja, zij weten misschien wel meer dan de meeste mensen van winter. Dat het in je leven kan winteren. ‘We willen niets liever dan geloven dat het leven één lange zomer is, en dat het aan onszelf ligt als dat niet het geval is’, schrijft Katherine May in haar prachtboek ‘Winteren’. Maar, iedereen wintert, vroeg of laat, sommige mensen winteren steeds opnieuw

Winteren, dat moet je leren, want vroeg of laat ontkom je er niet aan

Het is een periode in de kou, een braakliggende fase in je leven, waarin je je afgesneden voelt van de wereld, buitenspel, in de wacht gezet. Belemmerd in ontwikkeling, stilgezet door iets waar je niet de hand in hebt. Door rouw die je raakt, door ziekte. Winteren, dat moet je leren, want vroeg of laat ontkom je er niet aan. Wie haar buiten de deur probeert te houden, zal verharden. Wie haar binnenlaat, de kou die je voelt in jezelf of van een ander probeert zo goed mogelijk te verzorgen, zal dat keerpunt ook gaan bemerken dat er naast winter ook voorjaar is, zomer zelfs en het vergankelijke seizoen van herfst met haar diepe kleuren en prikkelende geuren.

We kunnen leren van de natuur. Die verzet zich er niet tegen, maar bereidt zich voor, past zich aan, ondergaat als het nodig is een metamorfose. Die herders in ons open veld, zie ik zo, als mensen die die kunst van nature verstaan. Juist omdat zij het donker kennen, zijn ze gevoeliger voor het licht. Juist omdat zij de snijdende kou van de winternacht doorvoelen, de warme glans die over hen opgaat, durven vertrouwen.

Alsof het gordijn tussen de hemel en de aarde even wordt open geschoven gaat in de kerstnacht een stralend licht over hen op. De herders horen een stem: ‘Wees niet bang. Goed nieuws, grote vreugde. Jullie redder is geboren.’ De engel zegt: jullie zullen een pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld. Het is een kind, zoals u en ik dat ooit geweest zijn. Fragiel, broos, weerloos, afhankelijk van liefde en zorg die hij krijgt, hunkerend naar liefde, het gevoel dat je welkom bent. Niemand, geen mens, kan zonder.

Wat zullen onze herders gedacht hebben bij een redder? Iemand die in hun plaats de wacht over hun kudde zou gaan houden? Zullen zij, die vrije vogels, daarnaar hebben verlangd, iemand die zou zeggen, ga jij maar naar huis, ik neem het wel van je over? Jouw leven vanaf nu een grote zomer! Dat kan ik me niet voorstellen eigenlijk. Geen redder als iemand die wat jij te dragen hebt, wel van je overneemt.

Maar wel als iemand die erbij is: even weerloos als jijzelf. En met het geduld om het uit te houden, ook als het wintert en je verlangt naar warmte, naar licht en vrede voor alle mensen. Immanuel, God met ons, krijgt dan gezicht, in iemand die de wacht houdt bij jou. Met oog voor wat is. En als het schuurt of wringt, je laat voelen: je bent niet alleen. Er is voor jou een plaats hier, onder ons. Mogen we daar oog voor krijgen, als we de geboorte van het kerstkind vieren.

Een liefdevolle en gastvrije kerst voor u en jou.

Lopend door de straten van Baarn, straalt van alle kanten licht op ons af. De sterren van de kerststallen wijzen ons een weg. Ze raken aan een verlangen in mensen, ik denk, in elk van ons. Verlangen naar licht en geborgenheid. Rond het oeroude verhaal van Kerst, van de geboorte van Jezus, groeiden allemaal laagjes.

door Marleen Kool, Predikant Paaskerk

Marleen Kool is als predikant verbonden aan de Paaskerk.
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie