
Woningnood treft ook dieren
8 september 2026 om 20:45 DierenREGIO Wie denkt dat woningnood alleen mensen raakt, vergist zich. Ook in het buitengebied hebben veel dieren steeds meer moeite om een geschikte plek te vinden om te schuilen, te rusten en hun jongen groot te brengen. Door schaalvergroting in de landbouw, het verdwijnen van houtwallen, heggen en ruige bermen, en een steeds intensiever gebruik van het landschap, neemt het aantal veilige leefgebieden voor veel diersoorten af.
De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging ziet deze ontwikkeling dagelijks in het veld. Hazen, fazanten, patrijzen, egels, kleine zoogdieren en talloze insecten zijn afhankelijk van een gevarieerd landschap met voldoende dekking en voedsel. Zonder beschutting zijn dieren kwetsbaar voor predatie, extreme weersomstandigheden en verstoring. ,,Goed wildbeheer begint bij een gezonde leefomgeving,” aldus Laurens Hoedemaker, directeur van de Jagersvereniging.
,,Jagers zetten zich daarom actief in voor het versterken van biodiversiteit en het verbeteren van de leefomgeving van dieren. Dat gebeurt niet alleen door verantwoord wildbeheer, maar ook door praktische maatregelen in het landschap, zoals het aanleggen en onderhouden van houtwallen en heggen dat beschutting en verbindingsroutes biedt voor dieren. Maar ook bloemenranden trekken insecten aan, die op hun beurt weer voedsel vormen voor vogels en andere soorten. Met relatief eenvoudige maatregelen kunnen we een groot verschil maken.” Laurens Hoedemaker benadrukt dat iedereen hierin een rol kan spelen: ,,Als we willen dat karakteristieke soorten als de haas, fazant, patrijs en egel ook in de toekomst onderdeel blijven van ons landschap, moeten we nu investeren in hun leefomgeving. Dat vraagt om een gezamenlijke inzet van grondeigenaren, agrariërs, natuurorganisaties, overheden én jagers. Als we samen zorgen voor meer ruimte, dekking en voedsel, geven we dieren weer een plek om te leven en zich voort te planten. Dan hoeft er in ons buitengebied hopelijk ook geen sprake meer te zijn van woningnood voor dieren.”



















