
Conclusies ‘De gemeente Baarn en haar joodse inwoners 1941-1950’ ontnuchterend: ‘Excuses zijn op hun plaats’
26 april 2025 om 12:15 PolitiekBAARN Burgemeester Mark Röell vindt excuses op zijn plaats voor de handelwijze van het gemeentebestuur in de Tweede Wereldoorlog. Alle gemeenten hebben meegewerkt aan anti-Joodse maatregelen. Soms hebben gemeenten hiervan zelfs geprofiteerd, maar daarvan is in Baarn geen sprake. Wel heeft de gemeente sociëteit De Vereeniging aan het Stationsplein gekocht van de bezetter. Dit staat te lezen in het rapport ‘De gemeente Baarn en haar joodse inwoners 1941-1950’ dat woensdag is gepresenteerd door onderzoeker Maarten-Jan Vos in Kasteel Groeneveld. Vos had de presentatie graag gehouden in Huize Peking, omdat daar in de oorlog geroofde bezittingen uit huizen van joodse eigenaren werden opgeslagen. Het is nu een zorgcentrum.
Christine Schut
Vrijwel alle ontruimde en verkochte woningen van joodse eigenaren zijn na de oorlog teruggegeven aan de eigenaren of hun erfgenamen. De Duitsers hadden een hekel aan verenigingen, daarom hebben ze het pand De Vereeniging onteigend en verkocht. De gemeente Baarn kocht het pand en heeft het na de oorlog teruggegeven.
Het is bijzonder te zien dat niet ruimhartig is betaald, dat gebeurde nergens, er bestond geen mededogen voor de onteigende eigenaars. Dat komt anno 2025 hard over.”
,,Het is bijzonder te zien dat niet ruimhartig is betaald, dat gebeurde nergens, er bestond geen mededogen voor de onteigende eigenaars. Dat komt anno 2025 hard over”, licht Maarten-Jan Vos toe. De gemeenten Baarn en Soest hebben beide onderzoek gedaan naar de roof van Joods vastgoed door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog en de rol van de gemeente daarbij. Het onderzoek is uitgevoerd door Vos, in samenwerking met lokale amateurhistorici.
BURGEMEESTER
De burgemeester had een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog omdat de gemeenteraad was opgeheven. ,,De burgemeester bepaalde waar de borden met de tekst ‘Jooden niet gewenscht’ in april 1941 kwamen te staan. In Baarn bijvoorbeeld in de buurt van Groot Kievitsdal en in Lage Vuursche. Baarn en Soest zijn in de oorlog, waarom is niet duidelijk, beide als kuuroord aangemerkt, waardoor Joden overal geweerd konden worden, omdat de bezetter ze wilde weren uit gebieden waar toeristen konden komen”, legt Vos uit.
Gemeenteambtenaren kregen opdracht die huizen leeg te halen en meubels en andere spullen op te slaan in Villa Peking. Vervolgens werden die uren in rekening gebracht bij de Duitse overheid.
Ook werkte de gemeente mee aan het leeghalen van woningen van joodse inwoners. ,,Gemeenteambtenaren kregen opdracht die huizen leeg te halen en meubels en andere spullen op te slaan in Villa Peking. Vervolgens werden die uren in rekening gebracht bij de Duitse overheid.” Ook werkte de gemeentepolitie mee aan het oppakken en afvoeren van joden. En toen joodse leerlingen niet meer welkom waren op de scholen, stond de gemeente Baarn niet meteen klaar met geld om de kinderen elders onderwijs te kunnen laten genieten. Pas op 1 april 1942 werd in Baarn een joodse school geopend voor leerlingen uit Baarn én Soest. ,,De gemeente volgde strikt de opdracht van de Duitse bezetter, zonder rekening te houden met het feit dat hierdoor een hele bevolkingsgroep werd uitgesloten.”
PIJNLIJK
,,Het is ook typerend dat we pas tachtig jaar na dato onderzoek doen, vlak na de oorlog was er geen belangstelling voor joden”, is een pijnlijke conclusie die Vos trekt.
We moeten de dingen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebeurd, blijven benoemen en ervan leren.
,,Het is goed dat we dit rapport nu hebben”, aldus locoburgemeester Hugo Prakke, die de woorden van de verhinderde burgemeester Mark Röell voorlas. ,,Er was, tijdens het lezen, eerst opluchting dat Baarn niet actief betrokken was bij aankoop van geroofd joods vastgoed. Daarna de verbijstering dat na de oorlog niet altijd recht is gedaan aan de slachtoffers. Er werden wel kosten verrekend, maar die werden veelal betaald door de oorspronkelijke joodse eigenaren. De geroofde inboedels werden door elkaar opgeslagen in Huize Peking, omdat men ervan uitging dat de eigenaren niet zouden terugkeren. De gemeente toonde weinig compassie. We moeten de dingen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebeurd, blijven benoemen en ervan leren.”
PLUIM
De heer Pluim, kleinzoon van meester Pluim, is woensdag naar Groeneveld gekomen. Hij woont in een huis dat in de oorlog in handen was van joodse eigenaren. ,,Mijn huis aan de Dallaan, nu Beukenlaan, is gebouwd in 1895 door bouwbedrijf Leduc en daarna regelmatig verbouwd. Ik heb het gekocht in 1979 en woon er met veel plezier. Ik ben hier, omdat ik hoop te horen wie er in de Tweede Wereldoorlog woonden en wat er van hen is geworden.” Pluim, die zelf joods is, is dus vooral geïnteresseerd in de historie van het huis en de bewoners. ,,Mijn familie is in de oorlog grotendeels afgevoerd. Ik weet niet of van mijn familie bezit is geconfisqueerd. Daar heb ik me nooit in geïnteresseerd.”
Pluim heeft zijn vriendin, mevrouw Kroonenberg meegenomen, een geboren Duitse die met een joodse man was getrouwd en die al vijftig jaar in Baarn woont. Beiden zijn weduwnaar/weduwe. Beiden zijn tevreden over de bijeenkomst. ,,Ik wil wel graag een struikelsteen voor mijn huis ter nagedachtenis aan de joodse eigenaren.” Dat zijn Ella Jacobson en Grietje Henriette Jacobson. Omdat zij de eigenaren waren en niet de bewoners, is in Baarn niet bekend wat er met hen is gebeurd. De dames woonden in Den Haag en Londen.















