
De andere kant van Honingbijen
9 februari 2025 om 20:45 Natuur en milieu Deel je nieuwsDe andere kant van honingbijen
In het interview met Frank Moens ter gelegenheid van het 100 jarige bestaan van de Bijenhoudersvereniging in Baarn (BC 7 februari) stelt hij dat honingbijen geen voedselconcurrenten zijn van de wilde bijen en dat dit onderzocht is. Uit onderzoek blijkt echter dat er wel concurrentie is tussen honingbijen en wilde bijen. Dit is samengevat in het artikel van Erik van der Spek “Wilde bijen bevorderen in de stad samen met honingbijen. Kan dat? “ (Hymenovaria, Themanummer Bijen in stad en dorp, maart 2021). In dit artikel wordt op basis van gegevens van verschillende onderzoeken gekeken wat de ecologisch verantwoorde ruimte is voor de hobby van bijenhouden.
De concurrentie tussen honingbijen en wilde bijen ontstaat doordat honingbijen uit alle bloemen stuifmeel en honing kunnen halen terwijl wilde bijen vaak gespecialiseerd zijn op een beperkt aantal soorten planten. De dichtheid van honingbijenvolken speelt een grote rol. Het is aangetoond dat bij minder dan 0,5 honingbijenvolk per km2 er geen concurrentie optreedt en het wordt aanbevolen dat als veilige norm aan te houden. In de gemeente Baarn (33 km2) kunnen dan ongeveer 16 bijenkasten zijn. Als we kijken naar de bebouwde kom van Baarn die circa 6 km2 is mogen daar 3 bijenvolken worden gehouden om concurrentie met wilde bijen te voorkomen. Per 1 januari 2025 is het wettelijk verplicht om bijenvolken te registreren, dit gaat via RVO en geldt zowel voor hobby als bedrijfsmatig gehouden volken. Hiermee ontstaat inzicht hoeveel volken er worden gehouden en hoe zich dat verhoudt tot de norm van 0,5 volk per km2 .
Dit blijft ook de norm als er maatregelen worden genomen door de gemeente en particulieren om de openbare ruimte en tuinen in te richten met meer aandacht voor biodiversiteit en gebruik van inheemse planten en struiken. Het artikel komt tot de volgende conclusie “De toenemende belangstelling voor stadsimkerij, regelmatig gemotiveerd door de zorg over de achteruitgang van de biodiversiteit, is een bedreiging voor de biodiversiteit aan wilde bijen in de bebouwde omgeving”.
In onze eigen tuin die is ingericht op zo veel mogelijk biodiversiteit zie ik wel enkele wilde bijen, maar helaas vooral honingbijen. Ik zou wensen dat de Bijenhoudersvereniging dit onderzoek goed leest en met hun leden deelt. Vervolgens hoop ik dat ze daar ook over communiceert en rekening gaan houden met de negatieve effecten van hun hobby op de biodiversiteit.
Paulus Kosters
Het complete artikel van Erik van der Spek is te lezen op https://www.hymenovaria.nl/pdf/ThemaNummerBijenInStadEnDorp/ThemanrHVp096WildeBijenBevorderenInDeStadSamenMetHoningbijenKanDat.pdf


















