Organist Henk van Zonneveld is één van de solisten.
Organist Henk van Zonneveld is één van de solisten.

Verwarring in de Nicolaaskerk; ‘Geist und Seele wird verwirret’, BWV 35

7 september 2023 om 13:33 Muziek

BAARN Freude und Traurigkeit zijn twee begrippen die in Bachs leven en werk afwisselend en vaak ook gelijktijdig opduiken.  Wat zegt ons dan het jaar 1726, waarin BWV 35 werd gecomponeerd? Het leven van Bach, van wie we wel zoveel muziek kennen, maar zo akelig weinig over diens persoonlijk leven weten. 1726: in april een kindje gedoopt (het zoveelste) in juni een ander kindje begraven, ook weer het zoveelste. Dat zijn de kille feiten.

Vanaf zijn benoeming in 1723 tot cantor aan de Thomaskirche in Leipzig, schreef Bach drie jaargangen cantates, voor elke jaargang 59 stuks. In de eerste helft van de derde jaargang gebruikt hij werk van anderen, de tweede helft vult hij weer zelf. Nogal opvallend bevat die tweede helft relatief veel solocantates en dialoogcantates. Geheel nieuw is dat Bach delen uit eigen concerten omwerkte tot inleidende instrumentale sinfonia’s. Vanaf de zomer van 1726 voorzag hij zijn cantates van – waarschijnlijk door hem zelf uitgevoerde -obligate orgelpartijen. Dat brengt ons bij cantate BWV 35.

Deze cantate ging in première op 8 september 1726 voor de 12de zondag na Trinitatis. Eindelijk weer eens een cantate waar helder licht in schijnt na de vele zondagen met donder- en boetepreken in de weken ervoor. Na dreiging met hel en verdoemenis even op adem komen met een luchtiger toon? Dat begint dan meteen al goed met de eerste maten van het openingsdeel.

De librettist voor deze feestelijke cantate was Georg Christian Lehms, hofbibliothecaris in Darmstadt, van wiens bundel ‘Gottgefälliges Kirchen-Opfer’ (1711) Bach al in Weimar gebruik maakte. Van uiteindelijk 11 cantates (voor zover overgeleverd) was Lehms (1684-1717) de tekstschrijver.

Is dit wel een cantate? Geen openingskoor, geen slotkoraal, een enkele stem, een prominent aanwezig orkest met een hoofdrol voor orgel. Eerder een concert, wereldse muziek dus, dankzij de religieuze tekst ter kerke gedragen. Vergelijk je alle cantates met orgelsoli met elkaar, dan valt de unieke plaats van BWV 35 op: alle zeven delen, inclusief de recitatieven, zijn met orgelsoli bezet. Daarbij komt dat de cantate twee instrumentale delen heeft (sinfonia’s) als opening van deel 1 en deel 2. Deze beide delen (nr. 1 en nr. 5) gaan zo goed als zeker terug op eerder instrumentaal werk uit Bachs tijd aan het hof van Köthen.

Dat putten uit eigen werk van zoveel jaar geleden, je vraagt je af “had Bach een goed geordende archiefkast, of een steengoed geheugen, of gewoon allebei…?” Maar nogmaals, het zijn speculatieve gedachten, van Bachs persoonlijk leven weten we immers vrijwel niets. Hoezo verwarring? Wat wil deze cantate zeggen? De cantate begint zo ‘levensaanvaardend’ en eindigt gek genoeg met de vraag om een spoedig einde, kortom zo ‘levensontkennend’ (aldus Barend Schuurman, Bachs cantates toen en nu, 2014).

Lehms blijft in zijn libretto dicht bij de evangelielezing voor de betreffende zondag, Marcus 7: 31-37, Jezus’ genezing van de doofstomme, waarna de door verwarring geplaagde volgelingen en omstanders luidruchtig bekendheid geven aan dit godswonder.
In de eerste aria (2) geeft Lehms de lutherse uitleg van het evangelie: de doofstomme staat voor de door Gods wonderen met stomheid geslagen gelovige (?), onmachtig diens Woord te horen of Zijn lof te zingen. Daarmee staat het spel op de wagen. Na een verklarend recitatief is het ruim baan voor een majeure lofprijzing in de tweede aria op de tekst waarmee het evangeliefragment eindigt: Gott hat alles wohlgemacht.
Nu is het tijd voor de preek/ de overdenking.

Het kortere tweede deel opent opnieuw met een sinfonia in dezelfde bezetting als de eerste. Maar het perspectief is verlegd van het verre Bijbelse toen, naar het 18de eeuwse nu. Het gaat nu vooral om het woord ‘effata’ (= ‘word geopend!’ of ‘open nu!) zoals door Jezus uitgesproken tot de doofstomme in het Marcus-evangelie. Maar nu in overdrachtelijke zin gericht tot de geloofsgemeente in de kerk: open uw hart.
En ja, dan volgt tenslotte die levensontkennende aria, opnieuw in superieur majeur, waarin de mens, zuchtend naar een spoedige verlossing uit het aards tranendal, een vrolijk hallelujah kan uitzingen in Gods eeuwig universum.

Zondag 10 september 19.30 uur in de Nicolaaskerk, Kerkstraat 19.


door Aleida Hamel

Vocaal solist Rosina Fabius.
Mail de redactie
Meld een correctie

Melissa Hofland
Deel dit artikel via:
advertentie