
Veteraan Adrie Bouwmeester (80) als dienstplichtig marinier naar ‘de Oost’- ‘Mijn moeder had geen idee waar Nieuw-Guinea lag’
15 augustus 2023 om 09:30 HistorieBAARN Met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 kwam er een officieel einde aan de Tweede Wereldoorlog. Maar, het duurde nog tot 1 oktober 1962 tot Nederland het laatste stukje Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea, overdroeg aan Indonesië. Adrie Bouwmeester was daar tot die datum als dienstplichtig militair gelegerd.
Christine Schut
Mijn moeder had geen idee waar Nieuw-Guinea lag. Ik had het op een kaart gezien.” Adrie Bouwmeester was 19 toen hij in 1961 als dienstplichtig marinier werd uitgezonden om Nederlands-Nieuw-Guinea te beschermen tegen invallen van Indonesische parachutisten.
Nieuw-Guinea ligt rechts van Indonesië, boven Australië en was onderdeel van Nederlands-Indië. Nadat Nederland, gedwongen door de Verenigde Naties en de Verenigde Staten, op 27 december 1949 de onafhankelijkheid van Indonesië erkende, behield het wel Nieuw-Guinea. Ondanks dat Indonesië het eiland opeiste. In 1962 droeg Nederland onder druk van de internationale gemeenschap en van dreigende invallen van het Indonesische leger, gesteund door Rusland, Nieuw-Guinea over aan Indonesië. Op 1 oktober 1962 kwam Westelijk Nieuw-Guinea/West-Irian (Papoea) onder tijdelijk bestuur van de Verenigde Naties. Hierop trok Nederland haar troepen terug. Ook Adrie Bouwmeester ging toen aan boord van marineschip Evertsen. Op 22 november 1962 was hij terug in Baarn.
![]()
Adrie Bouwmeester (r) met twee dienstmaten in Nieuw-Guinea. - Privéfoto
,,Ik weet nog dat het erg koud was, het was een strenge winter. Toen ik terugkeerde was ik van slag. Ik kon mijn draai niet meteen vinden, ik kon moeilijk wennen aan het samenwonen met mijn ouders. Ik zat maar op mijn kamer. Toen mijn ouders de Baarnsche Courant boven brachten las ik daarin een advertentie ‘viool te koop’. Die heb ik gekocht en daarop ben ik een beetje gaan spelen. Zo erg was ik de kluts kwijt”, weet de Barinees (80) nog.
Voordat Bouwmeester werd opgeroepen voor zijn dienstplicht, werkte hij bij de smederij van De Leeuw in de Turfstraat. ,,Ik kon daar na mijn diensttijd terugkomen, maar ik kon eerst nog niet goed aarden.” Via zijn collega leerde hij zijn huidige echtgenote Wil Doornekamp kennen. Het paar kreeg drie dochters en vier kleinkinderen. ,,Ik werkte bij De Leeuw veel samen met haar vader. Op een dag hebben we samen een pijp bij hun thuisgebracht, toen zag ik haar voor het eerst”, weet Bouwmeester nog.
Ik koos voor de marine omdat ik een bootje had in de Eem
Toen de oproep voor dienstplicht op de mat viel, kon Adrie Bouwmeester kiezen uit de landmacht, luchtmacht en marine. ,,Ik koos voor het laatste omdat ik een bootje had in de Eem. Ik ben vervolgens drie dagen gekeurd in Doorn en na afloop zeiden ze tegen me: ‘Je bent nu marinier’. Ik wist daar helemaal niets van, maar ik heb het wel geweten. Dagmarsen in de regen, dan leer je wel geen commentaar te geven.” In 1960 ging Bouwmeester in dienst, eind 1961 werd hij uitgezonden. De reis er naartoe was een belevenis op zich. Met een DC7C ging de reis naar Bergen (Noorwegen). Daar moest het toestel landen omdat de motor kapot ging. Een nieuwe motor moest uit Nederland komen. ,,We hebben een week gewacht in een luxe hotel.” Daarna werd de reis vervolgd naar Anchorage (Alaska). ,,Daar was het -40 graden. We moesten overigens in burger reizen. Ik was ingeschreven als tandarts.” Van Alaska ging de reis naar Tokio. ,,Daar was het warmer en werden de platen van de motor gehaald.” De vliegreis eindigde op Biak (Nieuw-Guinea). ,,Daar kregen we onze uniformen. Per helikopter gingen we naar Manokwari en per boot naar Sorong.”
Op Nieuw-Guinea kregen de mannen een aanvullende tropenopleiding. ,,We moesten weer veel lopen en van een truck springen en dan teruglopen. We kregen elke dag een malariapil en moesten wennen aan het warme, klamme weer. Het was er bijna altijd rond de 40 graden.” De manschappen sliepen grotendeels in tenten omdat in de kazerne te weinig plek was. ,,We sliepen naast een voetbalveld, dus je sliep weinig. En als het postvliegtuig landde gingen we kijken of er post was.” Bouwmeester kreeg post van zijn ouders, zijn latere schoonouders en van meisjes uit Baarn en Soest.” Ik schreef altijd terug. Eén keer per week ging het vliegtuig met de post naar Nederland.”
![]()
Het kamp waar de manschappen sliepen. - Privéfoto
Soldaat Bouwmeester droeg zijn pukkel op zijn buik en op zijn rug een vlammenwerper. ,,Die heb ik wel moeten gebruiken om Indonesiërs uit Papoeahutten te krijgen.” Of hij tegenstanders heeft gedood, weet Bouwmeester niet. ,,We hadden weinig contact met de lokale bevolking. Onze patrouille-eenheden bestonden uit een man of dertig, een korporaal en twee Papoeagidsen.” De taak van het regiment was Indonesische militairen, die ‘s nachts als parachutisten werden gedropt, uit te schakelen. ,,We hebben veel Indonesiërs gevangen genomen. Zij werden naar een eiland gebracht en daar verhoord en vastgezet.”
,,Als we achter Indonesiërs aangingen, kreeg iedereen een sok met rijst in zijn pukkel. Die rijst werd ‘s avonds, als we in de kampong waren, verzameld en door de kok bereid. Op een dag vroeg ik ‘heb je er geen saté bij?’. De kok regelde vlees, al had ik wel het idee dat ik de volgende dag een hond minder zag lopen.”
Elke ochtend stonden de manschappen om 6 uur op en ontbeten in de kazerne. Ze moesten zelf hun kleding wassen. Sommige dagen duurden lang, maar als ze op patrouille gingen, waren ze voorlopig onder de pannen. Patrouilles duurden soms een aantal weken. ,,Aan de patrouilles heb ik een litteken overgehouden van een granaatscherf.” Bouwmeester doet zijn uniformbroek omhoog en laat zijn scheenbeen zien. ,,Het werd een tropenwond, die ontsteken van binnenuit en genezen bijna niet. Maar de boel is goed verbonden en ik ben gewoon doorgegaan. Ik moest wel oppassen voor bloedzuigers als we ‘s nachts door water, kali’s, waadden. We rookten toen nog allemaal. Als je met een sigarettenpeuk op de bloedzuiger drukte, kwam hij eruit.”
Als Nederland zich niet had teruggetrokken, hadden we allemaal het loodje gelegd
Adrie Bouwmeester denkt wel dat hij geluk heeft gehad dat Nederland zich heeft teruggetrokken op 1 oktober 1962. ,,Anders hadden Indonesië en Rusland aangevallen. Nederland was daar niet op voorbereid en waarschijnlijk hadden we dan allemaal het loodje gelegd.”
Hoewel de ex-marinier één van de oprichters is van Stichting Baarnse Veteranen, gaat hij morgen naar de Indië-herdenking in Soest. ,,Ik ga daar elke maand naar het veteranencafé, dat heeft Baarn niet. We komen daar in het museum met acht mannen en vrouwen bij elkaar om te praten en koffie te drinken.”
Op de vraag of hij nog weleens terugdenkt aan zijn tijd in Nieuw-Guinea, antwoordt Bouwmeester: ,,Ik denk er veel aan, maar ik heb er geen trauma aan overgehouden. PTSS is erg, ook voor de omgeving van militairen. Ik ben daarna ook vijf keer teruggeweest. Het gekke is dat het elke keer voelt als thuiskomen als ik daar kom, terwijl ik daar inmiddels zestig jaar geleden was. Ik heb de stichting Hati Bersatu opgericht met als doel zoveel mogelijk Papoeakinderen onderwijs te geven.”
Nadat Adrie Bouwmeester, twintig inmiddels, na anderhalf jaar van huis te zijn geweest met de Evertsen aankwam in Den Helder, zat zijn dienstplicht er meteen op. ,,We kwamen twee maanden eerder terug dan gepland, maar er was voor ons geen plaats in Doorn, dus we zwaaiden meteen af. Ik weet nog dat ik mijn ouders zag staan op de kade en dat ik dacht dat het ik op dat moment niet erg had gevonden als de boot weer was omgekeerd. Het was ijskoud, ook in de Volkswagenbus toen we terugreden naar Baarn. Overal lag sneeuw. Ik had geschreven met een meisje uit Soest. Maar toen ik haar ontmoette, bleek ze een kop groter dan ik, dus dat werd niets”, lacht de man die niet lang daarna verkering kreeg met zijn huidige echtgenote die ook uit Soest kwam.
























