Uit de Levenslooppraktijk

25 mei 2026 om 12:52

Ik kan niets!

Ze wil graag een andere functie, want haar huidige baan is niet wat ze ervan had verwacht. Ook speelt mee dat haar een promotie was beloofd, maar die heeft ze uiteindelijk niet gekregen. Daarnaast zijn er meer dingen gebeurd in het team die ze lastig vindt om te accepteren: de reorganisatie heeft er bij iedereen diep ingehakt en sommige dingen verdienen echt niet de schoonheidsprijs.

Ik knik begrijpend en zeg: „Wat rot om te horen, en heel goed dat je aan de bel trekt. Wat zou je graag willen kunnen zeggen dat we hebben bereikt na een aantal sessies? Dan gaan we daar concreet naartoe werken.”

„Oh, goede vraag”, zegt ze. „Hmm, ik denk dat ik beter voor ogen wil hebben wat ik precies wil als volgende baan en dat die beter bij mij past. Ook qua bedrijf. En wat goede eerste stappen zouden zijn om dat te bereiken.” Ze valt stil en kijkt naar de grond. Ik zeg even niets.

Ze kijkt me weer aan en zegt dan, bijna in tranen: „Maar weet je, wat kan ik nou eigenlijk? Waarom zou iemand mij willen aannemen? Ik denk de hele tijd dat anderen veel beter zijn dan ik en dat ik niets kan. En dat verlamt me zo, in alles.” De lang opgehoopte tranen komen er massaal uit. Ze veegt ze snel en boos weg.

Ik zeg warm: „Wat kunnen we een last hebben van dat nare stemmetje in ons hoofd, hè? Dat roept bij mij ook de hele tijd dat ik dingen niet kan. Helemaal als ik nieuwe dingen wil gaan doen, bijvoorbeeld bij elke nieuwe cliënt. En bij jou nu je een nieuwe baan wilt gaan zoeken. Dan is dat stemmetje heel actief en héél irritant.” Ik rol met mijn ogen en ze moet lachen.

„Wat doe jij dan daarmee?”, vraagt ze nieuwsgierig. „Ik ga je leren wat ik doe om dat stemmetje gewoon weer in zijn hok te stoppen. Want ik neem jou heel serieus, ik neem mezelf heel serieus, maar wat dat stemmetje allemaal roept neem ik een stuk minder serieus. Zeker als het weer beweert dat we iets niet kunnen. Heb je zin in een klein en grappig experiment om dat stemmetje eens ongelijk te geven?”, vraag ik.

Ze knikt meteen.

Ze had eerder verteld dat ze op de marketingafdeling werkt en dat haar stemmetje roept: ‘jij kunt helemaal niet schrijven, laat maar zitten, je collega’s kunnen het beter.’ Ik geef haar pen en papier en leg uit dat we allebei de zin ‘Ik kan niet schrijven’ hardop gaan zeggen terwijl we hem óók opschrijven. Net zolang tot ik zeg dat we stoppen.

We beginnen, zij eerst wat giebelend. Na vier minuten roept ze, hard lachend: „Ja maar dit is totale onzin!” „Precies”, zeg ik. „Jij kunt prima schrijven, ook al roept dat stemmetje iets anders. Laat je er dus niet meer door in de luren leggen.”

Ze kijkt me stralend aan. „Dit besef voelt zoveel fijner. Lichter.”

Om haar te helpen ontdekken waar haar passie ligt en waar ze goed in is, bespreken we wat linkjes en testjes die ze thuis alvast kan doen.

Een week later appt ze me: ‘Ik kan eigenlijk best veel :)’. Ik app: ‘Goed bezig’ terug.

Judith Niekel 

Levenslooppsychologe