Uit de Levenscoachpraktijk
11 mei 2026 om 08:07Schoon genoeg
Ze (begin 60), werkzaam in de wet- en regelgeving, is al eerder bij me geweest. Als dingen anders lopen dan verwacht, lijkt er in haar hoofd een soort error te ontstaan. Zeker als er – in haar beleving – onrecht speelt, nemen emoties het over. Dan kon ze alleen nog huilen, piekeren en zich eindeloos druk maken. We hebben daar samen hard aan gewerkt en mooie stappen gezet. Daarna namen we afscheid. Dacht ik.
Ze mailt: of ze met spoed langs kan komen. Er valt toevallig iemand uit, dus ik bel haar. „Kun je over twee uur?”, vraag ik. Ze begint meteen te huilen. „Oh gelukkig, want ik moet echt even sparren. Ik kan niets meer, het weegt zo zwaar.”
Even later zit ze tegenover me, nog steeds in tranen, en valt direct met de deur in huis. Haar dochter van 26 woont al een paar jaar op zichzelf. Ze zit op het autismespectrum en redt zich goed met werk.
„Maar ik was laatst bij haar om te helpen met klussen… en het huis is zó vies. Echt zó vies. Het stoort haar niet, maar mij dus wel. Ik bleef slapen en moest daar in bad… Ik heb er nachten niet van kunnen slapen. Het beddengoed was schoon, dat wel. Maar die badkamer, die keuken… en die drinkbak van de hond… dat krijg je gewoon niet meer schoon.” Ze huivert zichtbaar bij de herinnering.
„Ik wil dat het daar schoon is”, vervolgt ze, „maar ik wil ook een goede band met mijn dochter houden. Met mijn eigen ouders was die er niet. Dus dat wil ik echt anders doen. Ik denk eraan om dit weekend daar te gaan schoonmaken, maar dat vindt ze vast verschrikkelijk. Dat zou ik zelf ook vinden. Maar met het idee van die zwijnenstal kan ik ook niet leven.” Ze kijkt me wanhopig aan.
Ik zeg dat ik goed begrijp hoe lastig dit is: twee waarden die botsen. Netheid én verbinding. „Mag ik eens met je meedenken?”, vraag ik. „Daarvoor ben ik hier juist”, zegt ze snikkend.
„Wat als je het anders aanvliegt?”, stel ik voor. „Dat je vraagt of ze het prettig zou vinden als iemand af en toe de grote schoonmaak doet – keuken, badkamer. Dat het ook veel is, werken én een huishouden. En als ze dat fijn vindt, kun jij misschien (mee)betalen als het anders te duur is. Het kost jou nu ook tijd en energie om erheen te gaan en het zelf te doen. Zo zorg je voor haar én voor jullie relatie.” Ze is even stil en knikt dan langzaam.
„En als je daar niet wilt douchen of slapen”, voeg ik toe, „dan hoeft dat ook niet. Elkaar een paar uur zien kan ook waardevol zijn, ook al is het een dik uur rijden.” „Ja”, zegt ze direct, „en we kunnen ook vaker iets buitenshuis doen. Zie ik het niet, kan ik me ook niet zo storen. Even de stad in, of koffie drinken. Niet daar zijn.”
Ik glimlach. „Geeft dat wat lucht?” Ze kijkt terug, zichtbaar opgelucht. „Ja… fijn.”
Zonder tranen loopt ze de deur weer uit.
Judith Niekel
Levenslooppsychologe