
Kinderen [van straat] houden
Rob Serné en Irene de Jong helpen in Zuid-Afrika
8 mei 2026 om 06:34Rob Serné heeft Stichting Zamom in 2008 opgericht, samen met twee vrienden. ,,Ik was al betrokken bij het bouwen van huizen in sloppenwijken, dat werden kinderdagverblijven. Van daaruit is het idee ontstaan om deze kinderdagverblijven te ondersteunen bij het professionaliseren. Dit idee opperde een directeur van kinderopvangcentra in Nederland. Als een kinderdagverblijf eenmaal aan bepaalde eisen voldoet, neemt de Zuid-Afrikaanse overheid een groot deel van de kosten voor haar rekening. Wij hebben onze stichting opgericht om een bruggetje te vormen tot een kinderdagverblijf aan deze eisen voldoet. Ons doel hiermee is kinderen van de straat te houden en op een veilige manier voor te bereiden op de basisschool", legt de Baarnaar uit.
Af en toe organiseert Serné bouwreizen naar een project. De deelnemers aan die reizen, betalen hun eigen reiskosten en doen een vooraf vastgestelde en verplichte projectdonatie. Daarnaast steken ze de handen uit de mouwen. ,,Een traject om een kinderdagverblijf aan de eisen van de overheid te laten voldoen, duurt drie tot vijf jaar. Als de overheid dan bijdraagt en het kinderdagbedrijf met behulp van ouderbijdragen zijn broek kan ophouden, trekt de stichting zich terug." Serné kwam als oud-gezagvoerder bij KLM regelmatig in Zuid-Afrika. ,,Inmiddels hebben onze partners een model ontwikkeld om een kinderopvanglocatie te realiseren en professionaliseren, wat wij kunnen uitrollen. We werken hiervoor samen met vier lokale partners. Als een kinderdagverblijf zich aanmeldt, kan het zelf het stappenplan van ons model volgen. De laatste stap is tevens de grootste: een goed en veilig gebouw."
,,Onder de apartheid was de kinderopvang voor blanke kinderen in Zuid-Afrika goed geregeld, voor de rest niet. Veel gezinnen in Zuid-Afrika zijn incompleet waardoor moeders moeten werken en kinderen vaak rondzwerven. Vaak let een buurvrouw op meerdere kinderen van werkende ouders, waardoor zij een vorm van kinderopvang runt", licht Serné toe. Hij schat dat zijn stichting met haar oudste partner alleen al naar schatting sinds de oprichting ongeveer 40.000 kinderen heeft geholpen, vooral in en rond Kaapstad.
WOESTIJN De dertig deelnemers aan de bouwreis die 9 april van start ging, werden naar een klein dorp in de woestijn, Vanwyksdorp, met ongeveer achthonderd inwoners gebracht. Hier moesten het pand en de omgeving van Kinderdagverblijf Sonstraaltjie worden opgeknapt. ,,Dit dorp is gekozen vanwege de werkgelegenheid, er is onder andere een kwekerij met spekbomen. Personeel heeft een kinderdagverblijf nodig en kan opvang betalen. We hopen hiermee ook de trek naar de stad te verminderen."
WERKTUIG Irene de Jong is meegevraagd vanwege haar ervaring met een schoolproject in Gambia en sportactiviteiten voor meisjes in India. ,,Het land was helemaal nieuw voor mij. Ik was nu onderdeel van een groep, normaal ben ik alleen op pad en met mijn project bezig, dat was bijzonder om mee te maken. Ik was onderdeel van het team dat speeltoestellen in elkaar moest zetten. Maar ik heb natuurlijk ook twee keer een sport- en spelochtend georganiseerd, dat vonden de kinderen heel leuk." Wat De Jong opviel, is dat in Zuid-Afrika meer beschikking was over werktuig. ,,In Gambia moet bijna alles met de hand gebeuren." Serné vult aan: ,,Het land Zuid-Afrika is niet arm, alleen veel mensen wel."
'VOLLE WEEK' De groep heeft geschilderd, een huisje voor de kliko's gebouwd, een zandbak gemetseld en voorzien van nieuw zand en een zeil, een toiletgroep gerestaureerd en de keuken van het kinderdagverblijf opgeknapt. Daarnaast bomen geplant en bloemperken aangelegd. En speeltoestellen geplaatst. ,,Het was best wel een volle week", slaat Rob Serné de spijker op de kop.
Serné benadrukt dat alle hulp is ontstaan uit particuliere initiatieven. ,,Een aantal van onze partners fungeert als tussenpersoon tussen overheid en kinderdagverblijf. Dat is zo gegroeid omdat de overheid vroeger niets deed. Geld moet uit de samenleving komen. Grote bedrijven betalen mee, ook omdat kinderdagverblijven van belang zijn voor hun personeel." Wilde Ganzen is een Nederlandse partner waar Stichting Zamom mee samenwerkt.
SPORT- EN SPELLESSEN ,,Ik zou het erg leuk vinden om nog een keer terug te gaan naar Zuid-Afrika om ter plekke de pedagogisch medewerksters te kunnen ondersteunen op het gebied van sport- en spellessen", vertelt Irene de Jong. Nu is ze nog bezig met het schoolproject van de FUN Foundation, waarvan zij voorzitter is, in Gambia. ,,Een basisschool in Amstelveen houdt voor FUN een actiemaand die eindigt op 13 mei. Ik hoop daarna genoeg geld te hebben om het schoolproject te kunnen afbouwen door vier klaslokalen te realiseren. Daarna wil ik me weer meer inzetten voor sportonderwijs en begeleiding."
JONGERENREIS ,,Ik wil graag komende tijd drie dingen realiseren: een jongerenreis organiseren naar Zuid-Afrika, de vriendengroep met vrijwilligers en donateurs uitbreiden en met Irene de Jong om de tafel om te kijken wat we in Zuid-Afrika kunnen doen op onderwijsgebied met betrekking tot lichamelijke oefening, daarbij volgen we onze partners. We concentreren ons op deelregio's waar onze partners de mensen kennen. Want je moet daar ter plekke zijn om het te begrijpen", besluit Rob Serné.
Meer informatie over Stichting Zamom op www.zamom.nl.


