Gerd Klestadt in januari 2016 in gesprek met de Baarnsche Courant: ,,,,Het was een tijd waarin je eigenlijk een beest was, met een kuddementaliteit
Gerd Klestadt in januari 2016 in gesprek met de Baarnsche Courant: ,,,,Het was een tijd waarin je eigenlijk een beest was, met een kuddementaliteit", zei hij over het leven in ene concentratiekamp. Roeland de Bruyn

Hoe Gerd Klestadt Bergen-Belsen wist te [overleven]

5 mei 2026 om 05:48

Gerd Klestadt reisde naar Baarn om de onthulling van de plaquette voor joodse slachtoffers mee te maken. Dit interview met de Baarnsche Courant is van toen, 2 februari 2016. Hij overleed op 30 januari 2025 op 92-jarige leeftijd. Op 7 mei wordt in Luxemburg Gerd Klestadt herdacht.

Gerd Klestadt vertelt graag. Het is ook een vorm van therapie voor hem, vertrouwt hij later toe. Om het verleden te verwerken en met zijn angsten voor de dood om te kunnen gaan. Zo is hij ook begonnen met het delen van zijn oorlogservaringen aan scholieren. In Luxemburg, het land waar hij woont, Frankrijk, België en Duitsland. Hij zou dat ook best op Het Baarnsch Lyceum willen doen, maar zijn leeftijd beperkt hem tot bestemmingen in de omgeving.

De naam van zijn vader Josef (roepnaam Berthold) prijkt ook op de plaquette in Baarn  ,,Beter laat dan nooit", zegt Gerd Klestadt daarop. Voor hem was het een bijzonder moment. Niet alleen om het feit dat er nu een tastbare herinnering aan de joodse slachtoffers uit Baarn is. Maar ook omdat hij ruim 68 jaar geleden, op 4 mei 1947, als dertienjarige padvinder op dezelfde plek stond om de vlag halfstok te hijsen bij de eerste herdenking in Baarn van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Zijn hopman had hem daarvoor voorgedragen, na zijn geschiedenis te hebben gehoord.


KIND VAN DUITSE RECHTER Die begint op 23 december 1932 wanneer Gerd Klestadt als kind van een rechter in Düsseldorf wordt geboren. Zijn vader was bovendien in het bezit van het Duitse IJzeren Kruis voor zijn verdiensten voor het land in de Eerste Wereldoorlog. De hoge kringen waarin zijn vader verkeerde hielpen het gezin in 1936 de grens over vluchten toen de grond in Hitler-Duitsland te heet onder de voeten werd. Het was Duits oud-minister (en jood) Otto Landsberg die hen tipte te vluchten. En moeder Ruth had een neef bij de Nederlandse inlichtingendienst die de vlucht organiseerde. Ze belandden in Scheveningen, maar In 1940 moesten alle joden uit de kustregio vertrekken. Baarn werd, waarschijnlijk toevallig, de bestemming. Korte tijd woonde het gezin Klestadt aan de Dalweg om daarna intrek te nemen in een woning aan de Nicolaas Beetslaan 27. Overigens kwam ook oud-minister (1918-1933) Landsberg naar Baarn. Hij overleefde de oorlog in zijn huis aan de Torenlaan, waar hij dankzij zijn ministeriële verleden door de nazi's met rust werd gelaten.


CLANDESTIENE SCHOOL Gerd ging naar de Nieuwe Baarnsche School totdat in 1942 de anti-joodse wetten in werking traden. Hij mocht ineens niet meer naar school. Zijn ouders mochten niet meer werken, niet met de trein reizen en zelfs geen radio bezitten. Het was in de periode dat dagblad De Telegraaf in een redactioneel commentaar daar alle begrip voor toont en de joden de schuld geeft van alle ellende. ,,Tegen joden en hun duistere machten staan enkele miljoenen mannen - ook Nederlanders - aan het front", meldt de editie van 17 mei 1942 hoopvol. Ook Gerd liep met een gele jodenster op zijn jasje rond. Zijn jongere broertje Peter hoefde dat niet. Toch waren er Baarnaars die de joodse kinderen hielpen en een clandestiene school oprichtten in het Nutsgebouw. Hier volgde hij onregelmatig lessen. Het was een slechte tijd, maar in Baarn proefde Gerd Klestadt geen vijandigheid. Als joods kind werd hij niet gepest of uitgescholden. En zeker niet op de Nicolaas Beetslaan waar de buren goede vrienden werden van de familie. Jan Nortier was zijn beste maatje tijdens de oorlog. En nadien, toen het allemaal voorbij was, gingen ze samen naar Het Baarnsch Lyceum en veel later woonden ze allebei in Zuid-Afrika. Ze zijn altijd bevriend gebleven. Het geld raakte op bij de thuiszittende familie. Voor de oorlog werd al de nationaliteit van Paraguay gekocht, om te vluchten naar dit Zuid-Amerikaanse land. Maar de Duitsers besloten die nationaliteit niet meer te erkennen. Het gezin Klestadt miste het laatste schip naar Paraguay.


VERRADEN IN NAARDEN Er moest brood op de plank komen en uit die noodsituatie werd een creatief idee geboren. Moeder Ruth bouwde een speelgoedatelier op. Hier maakte ze met katoen gevulde diertjes en figuren die vader Berthold probeerde te slijten. Dat lukte onder meer bij de Hema. Hij toont een kopie van een vergeelde ansichtkaart uit april 1942 van het speelgoed. ,,Dit heeft verder niemand ooit gezien." Op de achterzijde staat een stempel van de Wehrmacht, met adelaar en hakenkruis. De speelgoedbeestjes zijn in werkelijkheid veel mooier, schrijft het negenjarige jongetje zijn oma in Liechtenstein. ,,We zijn gisteren in Amsterdam geweest. Daar was het fijn. Een zoen van Gerd." Het wordt dan ook in Baarn te onveilig. Bij een buitenlandse jood op de Nicolaas Beetslaan worden ruiten ingegooid door een drietal onbekenden, schrijft de Kroniek van Baarn op 2 november 1942. Op 7 april 1943 werd het gezin Klestadt uitgeschreven in Baarn, met onbekende bestemming. Het was toen al maanden ondergedoken in Naarden, waar zijn andere oma (Paula Klestadt) al woonde. Zij zou op 27 maart 1943 in Sobibor in de gaskamers worden vermoord. In Naarden ging het mis. Ze werden verraden. Gerd weet niet door wie maar wel dat de Nederlandse politie hen kwam ophalen, en niet de Duitsers. Hij toont een officiële 'oproeping' om zich te melden op het Adama van Scheltemaplein in Amsterdam, bij de Hollandsche Schouwburg, de verzamelplek voor joden die op transport moesten.


VEEWAGENS Er mocht maar weinig bagage meegenomen worden: een paar werklaarzen, ondergoed, hemden, een werkpak, een stel beddengoed, twee wollen dekens, een eetnap, drinkbeker, lepel, pullover, een handdoek en toiletartikelen. En eten voor drie dagen. Dit alles in een stevige koffer of rugzak verpakt met daarop naam, voornamen, geboortedatum en het woord 'Holland'. Ze gingen op reis. Eerst naar doorgangskamp Westerbork in Drenthe. Hier sliepen ze met zijn vieren in een barak. Op 31 januari 1944 kwam het bericht dat het gezin werd overgeplaatst naar Bergen-Belsen. Een dag later vertrok de trein. ,,De naam van de bestemming stond op een plaatje op de veewagens, maar we hadden geen idee waar dit was." En ze hadden geen notie van wat hen daar te wachten stond. Er zouden in totaal 93 treinen vertrekken vanuit Westerbork, altijd op dinsdag. Zo verdwenen circa 100.000 joden (van de 120.000) uit Nederland van wie ongeveer tien procent de kampen zou overleven. ,,En de treinen reden met behulp van de Nederlandse Spoorwegen", benadrukt Gerd Klestadt. ,,Maar dat hebben ze nooit willen weten."


LICHAAM TEGEN LICHAAM In de trein stonden twee olietonnen, een gevuld met water en de ander diende als openbaar toilet. Daarin deden de mensen hun behoeftes, voor de ogen van hun lotgenoten. Bij aankomst in Bergen-Belsen werden eerst de doden uitgeladen. De levenden legden zes kilometer te voet af om het kamp te bereiken. ,,Gelukkig was de winter van '43-'44 niet zo streng." Gerd was al groot van stuk voor zijn elfjarige leeftijd, en werd bij de mannen ingedeeld. Zijn broertje Peter ging met zijn moeder mee naar het vrouwenverblijf. De barakken waren met prikkeldraad van elkaar gescheiden, maar toch hadden beide gezinstakken contact met elkaar door het hek. Lichaam tegen lichaam sliep hij met zijn vader in een stapelbed. Zo sloegen ze twee vliegen in één klap: twee dekens en twee lichamen. ,,We hadden het warm." Tot 4 februari 1945. Hij wilde zijn vader wakker porren om te gaan werken. Maar hij voelde koud aan. De uitputting was ook hem te veel geworden. De jongen voelde zich alleen en verloren. Tegelijkertijd reageerde hij als een overlever. Nu had hij alles dubbel: twee dekens, twee etensbakjes en hij kon twee keer eten halen. ,,Het was een tijd waarin je eigenlijk een beest was, met een kuddementaliteit."


GROTE MASSAGRAVEN Zijn vader belandde bij de hopen lijken onder de bomen. ,,Die aan het verrotten waren, vlak voor onze neus." En het woord 'verrotten' moet ik echt opschrijven van Gerd Klestadt. Hij wil het beslist niet ietsje draaglijker omschrijven. Wat er verder gebeurd is met het lichaam van zijn vader weet hij niet. Er lagen er immers zo'n 30.000 toen de Engelse bevrijders binnenvielen. Ze verdwenen in grote massagraven. Ook Anne Frank (overleden op 15 maart 1945) en haar zuster Margot kwamen hier terecht. Gerd, zijn broertje en zijn moeder redden het op het nippertje. Ze zaten al op een trein richting Polen om vernietigd te worden. In het kader van de Endlösung die buiten Duits grondgebied moest plaatsvinden. Op 13 april 1945 werd de trein bevrijd door de Amerikanen in het Duitse dorpje Farsleben. Commandant Frank Towers bevrijdde Gerd Klestadt en zeventig jaar later zouden de rollen omgedraaid zijn. Gerd Klestadt redde het leven van de 97-jarige Towers toen die bij een emotionele ontmoeting met hem in Parijs, na de herdenking in Normandië, een hartaanval kreeg op 9 juni 2014.


HULP VAN BAARNAARS Bij de redding in 1945 ontfermde moeder Ruth zich ook over een ander jongetje, weeskind Hans Muller. Ruth en de kleine Peter bleken tyfus te hebben en werden daarvoor behandeld in het klooster van Cadier en Keer in Limburg. Gerd (13) moest aan zijn been geopereerd worden in Duitsland en werd daarna met zijn familie herenigd. ,,Inmiddels had ik een mentaliteit gekregen dat ik voor mezelf kon zorgen." Het gezelschap werd uiteindelijk naar Baarn gestuurd, want daar was het gezin voor het laatst ingeschreven. Maar het huis in de Nicolaas Beetslaan bleek in juli 1945 bewoond, door een NSB'er op de benedenverdieping en Nederlandse vluchtelingen uit het noorden van het land op de bovenetage. Overbuurvrouw Graadt van Roggen stak de helpende hand toe. Zij nam het gezin, dat geen enkele bezitting bij zich had, op. En er kwam meer hulp van Baarnaars. De inspecteur van de politie, Chris Dragt, en gemeentesecretaris Bijleveld zorgden dat de kampoverlevenden hun huurhuis terugkregen. En de meubels die zijn ouders voor het onderduiken bij de firma Van der Heijden hadden verstopt, werden allemaal netjes teruggebracht. 

ANDERMAAL VLUCHTEN De familie Wijsmuller hielp ook. Arthur werd de voogd van Gerd. ,,Hij was de eerste man die mij een pak slaag heeft gegeven." Daarna lachte het leven hem toe. Hij speelde hockey op grasvelden waar nu huizen staan en doorliep de NBS en later Het Baarnsch Lyceum waar hij in 1952 zijn diploma HBS B behaalde. Alle reünies van deze school bezocht hij sindsdien. Met zijn diploma van de landbouwschool in Deventer op zak, trok hij met succes de wereld in: Noord-Amerika, Honduras, Israël (waar hij een proefschrift schreef over coöperatieve landbouw) en Zuid-Afrika. Hier ontmoette hij in 1970 zijn vrouw Charlene met wie hij nog altijd samen is. Zij was een groot aanhanger van Nelson Mandela. In 1973 werd de dreiging van het Apartheidsregime het pasgetrouwde stel te groot. De politie stond 's avonds voor de deur. Gerd Klestadt moest andermaal vluchten voor de terreur van de machthebbers. Ze gingen officieel op vakantie naar Nederland. Charlene keerde nooit meer terug naar haar vaderland. Ze besloten in Luxemburg te gaan wonen, waar hij veertig jaar lang een makelaarskantoor had en het stel twee dochters grootbracht. 

Gerd Klestadt heeft de afgelopen vijftien jaar aan 15.000 scholieren zijn oorlogsverhaal verteld. Aan het einde van zijn betoog verscheurt hij steevast de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, 'want de helft van de mensheid heeft hier niets aan'. En hij geeft de kinderen allemaal een kleurrijke knikker. Die symboliseert de wereld en het samenleven van alle mensen in vrede en respect. Hij vraagt de kinderen de knikker altijd bij zich te houden.



De ansichtkaart uit 1942 van de 9-jarige Gerd Klestadt aan zijn oma.
Afbeelding