Jan Hollestelle heeft zijn contrabas zelf gebouwd.
Jan Hollestelle heeft zijn contrabas zelf gebouwd. Ewa Maria Wagner

Jan Hollestelle: '[Klassieke muziek] is universeel'

30 april 2026 om 12:03

In het zachte ochtendlicht lijkt het sfeervolle huis in een lommerrijke wijk in Baarn op een schilderij uit een andere eeuw. De deur zwaait open en ik word hartelijk door Jan Hollestelle begroet. Jan is bassist, sessiemuzikant en tot ongeveer tien jaar geleden was hij docent aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij leidt me via de keuken in landelijke stijl naar de sfeervolle woonkamer. Ik neem plaats aan een houten tafel en mijn blik valt op een contrabas die in de hoek van een hoge boekenkast staat te glanzen. Jan vertelt dat hij het instrument zelf gebouwd heeft en zet twee kopjes heerlijke espresso met een bordje vol koekjes voor me neer.

Je speelt klassiek, pop, jazz en barok, met welke genre begon je muzikale reis?
,,Ik ben opgegroeid in een gezin waar eigenlijk alleen maar klassieke muziek klonk. Mijn vader was zanger, bas, eerst bij het Omroepkoor en later als oratoriumzanger. Hij reisde het hele land door met passies en barokwerken. Je denkt daar als kind niet over na, het ís er gewoon. Muziek was wat ik dagelijks hoorde. Pianisten kwamen bij ons thuis, er werd gerepeteerd, gezongen. Ik vond dat prachtig, maar ook heel gewoon. Ook heb ik als kind regelmatig concerten van de Bachvereniging in Naarden bezocht, waar mijn vader zong. Achteraf besef je dat klassieke muziek een enorme invloed heeft gehad. Het vormt je, zonder dat je het merkt."

En toch kwam er later een andere kant bij – popmuziek, bandjes. Hoe ging dat?
,,Dat kwam eigenlijk vanzelf. In de puberteit begon mijn twee jaar oudere broer gitaar te spelen, en die had een bandje. Ik was een jaar of dertien en wilde graag meedoen. Ik speelde toen nog viool, maar dat begon al een beetje te schuiven. In het schoolorkest hoorde ik achter me de contrabassen. Dat geluid ging als een golf door mijn lijf, toen wist ik meteen: dát wil ik. Zonder er lang over na te denken volgde ik wat ik voelde, een soort herkenning vanbinnen. Misschien kwam het ook door de diepe stem van mijn vader, maar ik verlangde naar de klank die voor mij de basis van elke muziek leek te zijn."

Maar je hebt voor popmuziek gekozen.
,,Nee, eigenlijk niet. Klassiek en pop bestonden gewoon naast elkaar in mij. Het ene was niet belangrijker dan het andere. Muziek is muziek. Ik heb dat nooit als tegenstelling ervaren. Het zijn verschillende talen misschien, maar ze vertellen uiteindelijk hetzelfde verhaal, veel belangrijker is dat muziek goed gespeeld wordt, in welk genre dan ook."


Je bent sessiemuzikant geweest – wat betekent dat precies?
,,Als sessiemuzikant wordt je gevraagd om opnames te doen, vaak in studio’s, met een keur van musici. Soms krijg je alleen een akkoordenschema en wordt er gezegd: verzin zelf maar iets. Dat betekent dat je moet improviseren, dat je moet luisteren, reageren. En als je vaker met dezelfde mensen speelt, ontstaat er iets bijzonders. Je leert elkaar kennen zonder woorden. Je weet: als ik dit speel, dan gebeurt daar iets. Het wordt een soort organisme waarin iedereen een rol heeft. Dat samenspel is misschien wel het mooiste wat er is. Waarom? Omdat je een onderdeel van de muziek bent, samen met anderen maak je iets wat tegelijkertijd alleen van jou is en blijft."


Wat is de functie van jouw instrument in een orkest of band?
,,De bas heeft een dragende rol. Hij verbindt alles. In popmuziek, maar ook in barok. Het is niet letterlijk hetzelfde, maar de functie is vergelijkbaar: je zorgt dat de harmonie klopt, dat de muziek een fundament heeft. Bij Bach zie je dat heel duidelijk. Die baslijnen houden alles bij elkaar. Dat fascineert me enorm, dat die structuren, die principes, eigenlijk overal terugkomen. Klassieke muziek is universeel omdat ze een basis is voor alle genres die later ontstonden."

Zie je dan ook overeenkomsten tussen bijvoorbeeld Bach en jazz of pop?
,,Ja, zeker. De muziek klinkt anders, maar de onderliggende beweging, de energie, die is vergelijkbaar. Iedere goede muziek heeft een bepaalde intensiteit, een draagkracht omdat technisch gezien de melodie en de ontwikkeling ervan op beproefde klassieke patronen zijn gebaseerd. Met andere woorden het zit goed in elkaar. Dat herken je meteen, ongeacht het genre. Als muziek goed is, dan maakt het eigenlijk niet meer uit hoe je het noemt."


Wat is je eerste bewuste muzikale herinnering?
,,Dat is moeilijk te zeggen, omdat muziek er altijd thuis al was. Maar ik herinner me wel dat mijn vader Schuberts Winterreise repeteerde, thuis, met een pianist. Dat maakte zo’n indruk op me, dat ik daar per se bij wilde zijn. Ik heb me toen zelfs een beetje ziekgemeld van school om die repetities mee te maken. Dat zegt misschien wel genoeg. Verder zijn mijn muzikale herinneringen geen grote momenten, maar intieme situaties. En juist die blijven je bij."

,, Klassiek en pop bestonden gewoon naast elkaar in mij. Het ene was niet belangrijker dan het andere

Je bent ook docent geweest. Hoe geef je zo’n brede muzikale visie door?
,,Door bij de basis te beginnen. Ik heb een methode geschreven voor basgitaartechniek, echt vanaf het begin: hoe hou je het instrument vast, welke vingerzetting gebruik je en hoe speel je, maar wel vanuit een klassieke structuur en opbouw. Die basis is essentieel. Als die er is, ontstaat er vrijheid voor de speler. Tegelijkertijd moet je die basis niet star opleggen. Studenten moeten hun eigen weg kunnen vinden. Je geeft handvatten, geen keurslijf. Jonge mensen zijn zoekende, daar is ruimte voor nodig. Eigenlijk heb ik mezelf lesgegeven door les te geven. Doordat je dingen moet uitleggen, ga je ze zelf beter begrijpen. Je denkt er over na, je verwoordt het, krijgt een andere interpretatie te horen en er ontstaat een wisselwerking. Net als in muziek: het gaat altijd twee kanten op."


Op een gegeven moment begon je de speelwijze van barokmuziek te bestuderen. Waar kwam die behoefte vandaan?
,,Dat heeft te maken met wat je als kind hebt meegekregen. Bij mij heeft dat lang onder de oppervlakte geleefd, en op een gegeven moment, ik speelde in het Metropole Orkest (1983 – 2002), kwam het weer naar boven. Toen dacht ik: daar wil ik iets mee doen. Het voelde als terugkeer naar de bron, de basis. Als die klopt, kan alles daarboven groeien. Maar het was ook een gevoel, ik moet iets voelen als ik speel, anders speel ik noten, maar geen muziek. Dat werkt voor mij niet. Muziek moet ook de musicus raken, anders verliest ze haar betekenis ook voor de luisteraar."

Wat betekent Baarn voor je?

,,Als ik hier de straat uitloop, sta ik zo in het groen. Na al die jaren van reizen voelt het heel bijzonder om hier te mogen wonen. Alles is dichtbij - ook de muziek. Binnenkort word ik 79, ik zal in de nabije toekomst niet meer alles kunnen aannemen, dat is wel even wennen! Ach ja, maar het is ook heerlijk om samen met mijn vrouw in onze moestuin bezig te zijn, bij Kasteel Groeneveld. Daar zijn we heel graag. In Baarn kan ik leven op een manier die past bij waar ik nu ben: leven met aandacht voor wat er echt toe doet."

Jan Hollestelle heeft zijn contrabas zelf gebouwd.