Afbeelding
Leen Bakker

Drakenburg

23 april 2026 om 06:28

is het antwoord van vorige week. Geleidelijk niet meer de bossen, maar uitgestrekte heidevelden met hoogveen hebben lange tijd het uiterlijk rond de 'Stadt Baerne' bepaald. Die 'wilde' venen kregen aan het begin van de veertiende eeuw economische waarde, doordat de bossen en dus het (brand)- hout schaarser werden en dit hoogveen als afgestoken turf een uitstekend alternatief bleek te zijn. Deze ontwikkeling is ook verantwoordelijk voor de komst van 'Drakenburg', als kasteel een begrip gebleven en daarom werd in deze eeuw een gedeelte van de rondweg aan de noordzijde van ons dorp Drakenburgerweg gedoopt. Het kasteel was dicht bij Eemnes gelegen, wat in oude tijden nog wel eens aanleiding gaf tot een aanduiding als 'Drakenburg bij Emmenes'. Maar alle water uit de Eem kan niet uitwissen, dat dit bezit wel degelijk op Baarns grondgebied lag en ooit in een akte omschreven werd als zich uitstrekkend van 'de Scheisloot van Santvoort tot aan de Gooier Gracht'. Ooit was al het Utrechtse land eigendom van de bisschoppen en een van hen, Jan van Biest, verleende een vergunning aan een voornaam burger uit de stad Utrecht om deze grond bij Baarn te ontginnen. Deze Werner  bouwde op die grond een hofstede, welke de naam 'Drakenburg' kreeg. Aangenomen mag worden dat deze naam gekozen werd, omdat hij ook in Utrecht in een huis met die naam woonde. Toen de vervening in onze omgeving succesvol verliep, kreeg deze heer van Drakenburg op St. Jacobsavond (24 juli) van het jaar 1359 er nog een werkgebied bij. Ook het Kapittel van St. Jan vertrouwde hem de ontginning van de venen in de Vuursche toe. Wat eveneens met de bouw van een hofstede ter plaatse gepaard ging, eerst bekend als 'Werners hofstede', maar later toen de houten behuizing vervangen werd door een 'Steenhuys omringd door grachten', 'Drakesteyn' genoemd.

Dat voorts de exploitatie in de Noord Westelijke hoek van Baarn bijzonder lonend verliep, komt ondermeer tot uitdrukking in het feit dat ook daar het houten huis allang vervangen was door een 'steenkamer' en geleidelijk ook verder uitgebouwd werd. Wat tenslotte tot een erkenning van de officiële zijde leidde, want dit bezit werd tot ridderhofstede verheven, een voorrecht dat slechts in beperkte mate aan voorname huizen ten deel viel.

Een lijst uit 1536, uitgegeven door de Staten van Utrecht, onderstreept hoe zelden zo’n erkenning verleend werd. Daarop staan namelijk slechts 55 ridderhofsteden vermeld, meer waren er niet in dat gebied en 'Drakenburg' was de enige in geheel Eemland. Voor alle duidelijkheid: 'Drakesteyn' in de Vuursche werd pas in 1642 tot ridderhofstad verheven.

Geen wonder dat dan ook over 'Drakenburg' met eerbied gesproken werd als het aanzienlijkste kasteel van Eemland. Er kwam zoveel turf, dat ook uit dit gebied een gracht naar de Eem nodig was en in 1390 werd begonnen met het graven van de Drakenburgergracht. Niet de eerste verbinding uit de venen via de Eem naar open zee overigens, de toenmalige bisschop verleende reeds in 1239 vergunning tot de aanleg van de Praamgracht, om de turf te kunnen vervoeren. Beide grachten zijn nog altijd aanwezig. Het huis werd tenslotte in 1870 zelfs gesloopt, hoewel de naam deze eeuw herhaaldelijk weer opdook denk maar aan het conferentieoord annex volkshogeschool. De winnaar deze week is: H. van Putten uit Baarn.

Afbeelding