Baarnsche Courant - 7 Dood spoor
Logo baarnschecourant.nl
Baarnse Literatuurprijs 2017

7 Dood spoor

Mathilde spelde een plaatje op haar blauwe mantelpakje. Of moest dat 'speldde' zijn, vroeg ik me toen al af, met dubbele d? Nooit goed in geweest.

Zij was een madonna, met pekzwarte golvende haren, en twee mintgroene ogen die minzaam de wereld in staarden, en ook even naar mij. Mooi als de gesluierde dame van Time Magazine. Genoeg om even weg te dromen. Hoog te vliegen, je op een wolk te wanen. Een engel te zijn, voor even.

Nogmaals lachte zij.

'Dank u,' stotterde ik bijna, zo gevoelig aan alles wat erkenning is. In haar simpele g'dag lag een wereld van aanvaarding besloten. Ik als mens, mijn aftandse kop, met inkassige ogen, die neus als een versleten glijbaan, ik met mijn falen en niet halen. 't Leek alles van geen tel. Zij lachte en zij was mooi als de hemel. Uit haar blik sprak vertrouwen, want we stonden alleen, daar in 't station. Geen andere ziel te bespeuren, in geen mijlen.

Zal ik spreken?, schoot het door mijn hoofd. Maar je behoort te zwijgen als het lot je toelacht, je ogen te sluiten, en toegezonden genegenheid te omarmen, al was het maar voor even. Ik vergenoegde mij dus met gewoon naast haar te staan, op het vieze, oude perron, wachtend op de eerste trein naar Oostende. Gewoon naast een ongeschonden schoonheid te staan, en in de afstraling te gaan schuilen.

Het was nog vroeg, en de prille zonnegloed was bijzonder aangenaam, als een bad van warmte op een koude lentedag.

'Doet deugd,' hoorde ik haar stille stem. Weer lachte zij. En haar timbre maakte mij nog veel warmer dan de grote hemelster vermocht te doen.

'Ja, heerlijk,' was het enige wat ik uit kon brengen. Terwijl ik bedoelde: neem me mee naar de koninginnenstad, dwaal met mij de stranden af, wees een jutter met mij, op zoek naar geluk, laat de golven en de meeuwen spreken, leun je schouder tegen mij aan, wijs een schelpje aan, een pierengat, een vallende vlieger, stap met mij de dag in, tot de zon hoog zal staan, zo hoog als onze dromen. Druk je voet in het vloedzand en teken daar een hart in met je tenen. Schrijf er Mathilde naast, en Berten. Wees naakt met mij, in de zee, zonder nog meer te willen.

Een trein van beelden, zomaar uit het niets.

'Heerlijk.' Nogmaals, stiller ditmaal.

Zou je mij aanvaarden? Dat ik een buikje heb, veel te kleine spieren, een lijn die veel te vrouwelijk is voor een man? Al mijn onverwerkt afscheid voor lief nemen, mijn verlies en mijn treuren erom? Mijn dwalen in het leven? Zou je gewoon naast en met me willen zijn, mooie vrouw? Zou je een moeder voor me willen zijn, en vrouw tegelijk? Een lichaam en geest, waarin ik rusten kon? Mij bevrijden van wat me aan mijn twijfels bindt?

'Moet je ook tot in Oostende?'

'Slechts tot in Brugge,' piepte ik, bijna kleefde ik er 'helaas' aan vast.

'Wil je dan zolang naast me zitten? Het is vroeg en ik ben bang van lege wagons. Sinds drie jaar al. Doodsbang. Ik kan er niet tegen. Hier buiten, alles wat je wilt, maar daarbinnen…'.

'Geen probleem,' klonk ik miniem, terwijl er niets was wat ik meer wilde.

Ik zal met je rijden tot in Oostende, Mathilde, je dragen over de drempel van je hotel, je huis, je flat, waar je ook wezen moet. Je angsten stillen. Over je slapen wrijven tot de trilling stopt. Je laten drijven op je eigen schone ogen.

En toen sprak ze, zo ontluisterend nuchter: 'Ik ben er ooit verkracht. In een trein. Een lege wagon. Ook vroeg in de morgen. En op een stralende dag als nu.'

Waarop ik verbleekte, en zij nog stiller zei: 'Maar in jou heb ik vertrouwen.'

Ze raakte even mijn hand, en ik volgde. Toch tot in Oostende.

Daar dankte ze mij met een kus, en stapte weer uit mijn leven. Verdween tot een stip.

Ik riep haar nog na. Maar de zon verblindde mij, en ik hoorde alleen nog het gekrijs van een zwerm meeuwen, en een schip dat uit de haven voer.

Heb me nooit meer zo dankbaar gevoeld als toen. Niet één keer meer.

Maar waarom ben ik haar niet achterna gelopen? Gehold? Gegaan? Gestrompeld? Godbetert, gekropen misschien, op die knokige knieën van me, waarmee ik iedere dag bid dat ik haar ooit weer tegenkom.

Mathilde, mijn Mathilde, lees jij soms kortverhalen, zo nu en dan?

---------------------------------

Klik hier om te stemmen

Reageer als eerste
Meer berichten

Wat vindt u?

Op 21 maart 2018 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Als er nu verkiezingen zouden zijn, zou ik in Baarn stemmen op



Reageren!