Baarnsche Courant - 2 De Afkoop
Logo baarnschecourant.nl
Baarnse Literatuurprijs 2017

2 De Afkoop

Lieve Sigrid,                                                                                                 Strahlsund 15 juni 1942

Altijd als de dagen langer worden en het licht in de avonduren aanhoudt, wil ik alleen zijn. En dan valt het hier nog mee met het nachtelijk lichtschijnsel. Het is hier niet zoals in mijn oude geliefde Zweden. Zal ik ooit teruggaan? Het is lang geleden dat deze periode in het jaar nog iets hoopvols en ongeremds had. Natuurlijk moet ik dan aan jou denken.

Ik kijk uit over het water. Vroeger, toen ik hier in Strahlsund als jong meisje net was aangekomen heerste er nog vredigheid. Alleen sprak ik de taal niet, dat was ongemakkelijk. Nu in de oorlog zijn de zeilboten meer en meer verankerd of in een loods onder gebracht, en hebben ze plaats gemaakt voor de vloot van de Kriegsmarine. Voor rust moet ik mij verschuilen op Rügen en langs de krijtrotsen door het water schrijden.

Het zou zo'n mooie avond worden, alweer dertig jaar geleden, ik was zestien jaar. Die midzomernacht bij oom Peter en tante Elske, de zus van mijn moeder. De zaak van mijn vader was nauwelijks levensvatbaar, de rijke jaren lagen achter ons. Maar mijn oom en tante hadden buiten de stad een groot houten huis met een brede veranda, met uitzicht over de omringende tuin. Her en der een grote iep waar we ons achter konden verstoppen. Verderop liep een rotspaadje recht naar de zee. Oom Peter was chirurg in het grote ziekenhuis. Met zijn bolle wangen verscheen er altijd een glimlach op zijn gezicht. Bij wijlen keek hij serieus over zijn lorgnet heen om te zien of alle gasten wel van voldoende drank waren voorzien. Wij dronken vlierbloesemlimonade. Tante Elske ging met zilveren schalen vol met haring rond. Op de tafels stonden glazen bier en kopjes aquavit. Er werd op de tafels geslagen, en bulderend gelach weerklonk met regelmaat. De rieten stoelen kraakten van plezier, terwijl een zwoele zeebries tot in de tuin reikte.

Na het midzomeravondmaal had tante Elske een podium voor ons kinderen gemaakt. Ik pakte mijn viool en speelde samen met mijn fluitspelende neefjes en nichtjes walsjes voor het luidkeels meezingende gezelschap op de veranda. Buurtkinderen kwamen op het geluid af en nieuwsgierig een kijkje nemen. Buurjongen Lars voorop met naast hem zijn ondeugende blonde broertjes Mats en Jesper. De donkere ogen van Lars priemden door mij heen.

Na het muziekspel zochten we met zijn allen de weg naar het water op. De zon was al gezakt maar bleef als een onheilsvlam boven de kabbelende zee zweven. Thuis had ik er niets van verteld van wat er was gebeurd. Mijn witte jurk was met steengruis besmeurd en ik had schrammen van het klauteren op de rotsen. Ik was nat want we hadden wild gespeeld nabij de zee. Toen ik later dan de rest weer terug bij het huis van oom Peter en tante Elske aankwam, was dat het verhaal dat ik vertelde. Het licht was ook zo mooi, overdreef ik.

Lars had het op mij gemunt. Ik vond hem knap, en was geïmponeerd door zijn stoere verschijning. Zijn broertjes waren bang als zijn zware stem schalde, dan renden ze ver voor hem uit. Hij hield mij stevig vast bij mijn schouder, tilde mij op. Mijn nichtje Clara was iets jonger dan ik, maar haar zag hij niet staan. Nee. Mij moest hij hebben. Als verdoofd brak mijn weerstand.

Nog geen jaar later was ik gehuwd. En zat ik hier in Strahlsund als jonge bruid, een vreemdelinge, ontheemd. De zoon van een Duitse handelspartner van mijn vader werd aan mij gekoppeld. Er was geen keuze, de schande was afgekocht. De bruidschat was meteen een nieuwe levensader voor het bedrijf van mijn vader. Lange tijd heb ik moeten wennen. Mijn Gustaf bleek een fijngevoelige echtgenoot. Maar hij weet niet van mijn hele achtergrond, ook mijn eigen kinderen niet.

Nooit heb ik Lars weer gezien, jouw vader. In de lange winter die volgde op de midzomernacht in 1912 werd ik thuis gehouden. Ik moest in het huishouden werken. Als ik geluk had bleef er tijd over om een boek te lezen. Tijdens de koude donkere dagen van februari 1913 wachtte ik almaar op jouw geboorte. En ineens was je daar. Ik heb slechts even je gehuil gehoord. Ik heb je niet eens aangeraakt. De kraamvrouw knipte jouw levensader van negen maanden door, pakte je in en een vroedvrouw nam je mee. Ik hoor nog steeds het getrappel van de paarden en de wielen van het rijtuig dat met jou wegreed, naar een voor mij onbekende bestemming.

In mijn hoofd heet je Sigrid en ben je altijd in mijn gedachten geweest na die juni in 1912. Maar ik weet niets van je. Alleen dat ik je heb gebaard. Ik hoop dat het je goed gaat. Gelukkig is Zweden neutraal. Geen prooi voor moordzuchtige Nazi's. Jouw echte grootouders zijn overleden en jaarlijks krijg ik een kerstkaart van tante Elske.

Ik ben echter bang dat deze brief nooit af zal komen. Soms weet ik het niet meer…. Ik doop mijn pen niet meer in de inktpot en laat zo mijn gedachten vervagen. Ooh... Sigrid!

---------------------------------

Klik hier om te stemmen

Reageer als eerste
Meer berichten

Wat vindt u?

Op 21 maart 2018 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Als er nu verkiezingen zouden zijn, zou ik in Baarn stemmen op



Reageren!