Baarnsche Courant - 1 Zwaailicht en sirene aan
Logo baarnschecourant.nl
Baarnse Literatuurprijs 2017

1 Zwaailicht en sirene aan

Als jongetje had ik een speelgoed politiewagentje met een klein knopje op het dak. Na iedere derde keer indrukken, schalde uit de luidspreker: Zwaailicht en sirene aan.

De werkelijkheid is altijd anders. Geen zwaailicht, geen sirene. Toch staat hier een politiewagen. Een politiewagen en een ambulance.

Mijn moeder hield niet van het speelgoedautootje. Het deed haar denken aan mijn vader.

'Je vader was geen fijne man. Agressief. Hij wilde je niet, daarom is hij voor je geboorte vertrokken.'

Later zei ze dat ik op hem leek.

'Je hebt precies dezelfde blik. Dat is geen compliment.'

Ik ging mijn eigen gang. Zwierf rond. Kwam laat thuis. Ik leerde mezelf stenen te gooien. Eerst op vaste doelen, daarna op bewegende. Eendenkuikens, die ik half verlamd aan de eksters voerde. Thuis had ik drie hamsters als prooi aan de kat gegeven. Machtig om te zien hoe de hamster en de kat eerst doodstil zaten, afwachtend. Hoe de hamster altijd als eerste bewoog. Als ik een nieuwe hamster had willen hebben, was me dat zeker gelukt. Mijn moeder troostte me alle drie de keren met chocola en limonade.

Op mijn zestiende werd ik van mijn derde school gestuurd. Ik kreeg vrijstelling van de leerplicht, als ik maar wel ging werken. Op de autosloop reed ik de wrakken verder kapot, ik zette de voorkant tegen een muur en gaf vol gas, waardoor de banden in grote rookwolken verdwenen. Met de luchtbuks van de baas van het bedrijf schoot ik op de ratten. Hij vond alles goed, zolang ik maar deed wat hij me opdroeg. Soms bleken de ratten insluipers, ook daar deed hij niet moeilijk over.

'Je bent genetisch belast', zei mijn moeder. 'Het ligt aan je vader', sprak zij de hulpverleners na.

Eén keer heb ik zo'n mens naar de keel gegrepen. Ik bood mijn excuus aan.

'Je hebt wel inzicht getoond.'

Dat was voldoende.

'Zou jij je vader willen ontmoeten?' hadden ze gevraagd.

Toen pas dacht ik eraan. Hij had me verlaten. Waarom? Leek ik inderdaad op hem?

Waarschijnlijk heb ik een mwja gemompeld. De week erop kreeg ik een mailadres.

'Als je wilt mag je hem benaderen. Hij is het ermee eens.'

Ik stopte het visitekaartje waarop het adres geschreven stond weg in mijn jas. Misschien hadden ze gelijk. In mijn fantasie had ik mijn vader al vaak gestenigd, beschoten en gevoerd aan de meest vreselijke monsters. Bestaande en onbestaande. Toch is hij mijn vader. De man die mij verliet, nog voordat ik een naam had. Het kaartje haalde ik regelmatig tevoorschijn. Mijn woede groeide per keer. Toch lukte het me niet om het te verscheuren.

Is goed. 16 uur. Bankje bij de ingang van het park.

Veel langer was het bericht niet. Ik ontving het bijna direct nadat ik mijn mail had verzonden, alsof hij erop had gewacht.

Inmiddels is het 16.07 uur. Ik zie het op mijn mobiel, door de vegen bloed op het schermpje heen. Ik heb ze zelf gebeld. 112. In bewoond gebied zijn ze snel.

Hij was stipt op tijd. Zestienhonderd uur precies.

'Ha pa.'

'Hallo jongen.'

We keken elkaar aan. We zwegen. Ik dacht aan de eendenkuikens, die amper beschermd werden door de woerd. Mijn moeder had gelijk, mijn vader en ik, we lijken op elkaar. Door de rimpels in zijn kop heen, zag ik mijn blik. Hij zag zichzelf vast en zeker in een jongere versie. Ik speelde met de steentjes in de zak van mijn jas. Ik probeerde woorden te vinden. Hij was eerder.

'Ik kom even naast je zitten.'

'Prima. Moet je zelf weten.'

Aan mijn riem hangt mijn mes in een hoesje, binnen bereik. Eén fout woord en ik zou opspringen en toeslaan. Het zou niet de eerste keer zijn. Het was wachten op dat foute woord.

'Je lijkt echt op mij jongen.'

Alsof hij me aanvoelde. Misschien werkt dat zo bij vaders en zonen.

'Zal wel pa. Waarom wilde je me nu wel zien en daarvoor niet?'

'Je moet me vergeven, jongen.'

'Waarom zou ik?'

'Ik ken mezelf te goed. Jij had er niet moeten zijn.'

Ik twijfelde. Verdomme, twijfel. Hij raakte me en daar was ik niet op voorbereid. Opnieuw het wachten op het juiste woord, het juiste moment.

'Vergeef me om wat ik moet doen.'

Nu, dacht ik, nu! Weer even de twijfel.

Toen. Onverwacht sprong hij op. Ik bleef als bevroren zitten. Hij stak. Mijn eigen vader. Ik had geen tijd om naar mijn mes te grijpen.

'Zie het als een vertraagde abortus jongen. De wereld moet gered worden van ons soort mensen.'

Terwijl hij weg sprintte, wist ik met moeite mijn mobiel te pakken te krijgen en belde 112.

Een politiewagen en een ambulance. Geen zwaailicht, geen sirene.

'Houdt u zich maar rustig, het komt goed.'

Over de portofoon - door het gekraak heen - hoor ik dat mijn vader is aangehouden.

We lijken op elkaar.

Hij geeft om mij.

Man, ik houd van hem.

Als ik beter ben, zal ik hem opzoeken.

---------------------------------
 
Reageer als eerste
Meer berichten

Wat vindt u?

Op 21 maart 2018 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Als er nu verkiezingen zouden zijn, zou ik in Baarn stemmen op



Reageren!